Al lang heb ik er over nagedacht om dit gebeuren op papier te zetten. Een waar gebeurd verhaal uit 2009. Het was bij paal 11, tussen Nes en Ballum. Het plekje waar wij altijd graag met ons hele gezin vertoeven. Het rustigste stuk strand van Ameland.

Vaak heb je één vierkante km voor je alleen. Ook het plekje waar af en toe een verdwaalde badgast aanwezig is, die zijn zwembroek liever niet meer aanhoudt.
Die dag, juli 2009, had ik dat zeker niet. Sterker nog, ik had een nieuwe prachtige blauwwitte zwembroek, cq short aan. Ik draag hem nog, want ik ben er aan gehecht.

Het was bovendien wat drukker dan gewend voor ons. We hadden “maar” 800 m2 strand voor ons. Het gewone gezins-tafereeltje ging zijn gang, kinderen in het zand in de duinen, moeder een leuk boekje, vader zat wat voor zich uit te staren.

Plotsklaps: 'HHEEEELLLLP, HHEEEELLLLP'. Je hoorde direct, dit is niet pluis. Mijn blik ging direct naar het achterste “zwen”, voor mij de benaming voor de meertjes die ontstaan bij eb tussen de zeebanken. Ik zag daar in één oogopslag een wat oudere man in nood. Met zijn handen zwaaiend en schreeuwend om hulp. Aangezien Ameland nu eenmaal fantastische brede stranden heeft was de afstand best wel groot.

Voordat ik het zelf besefte was ik al in een sprint onderweg. Aan de rand van de duinen stond inmiddels een vrouw te roepen, met ook zo’n angststem.

Zeker enkele honderden meters moest ik tot het water sprinten. Dan ga je denken. Ik wist dat het daar heel diep was, er stond daar best veel stroming voor een “zwen”. Bovendien dacht ik aan mijzelf, de man zwaaide heftig met zijn armen. Blijft hij in paniek als ik er aankom en slaat hij daardoor van zich af. Maar ja, je kunt zo’n man toch ook niet laten verdrinken!

Allemaal van die gedachten spookten door mijn hoofd. Na de paar honderd meter moest ik ook nog bijna 100 meter zwemmen. Al met al weer veel tijd om te denken. In die tijd verloor ik de man uit het oog en begon ik mij af te vragen hoe vind ik hem al duikend. Ik ben als dienstplichtig militair ambulance chauffeur geweest. Ik weet dan ook uit ervaring dat de heftigste tijd van een redding vaak de “reis” er naar toe is, domweg omdat je niet weet wat je aantreft. Als je maar eenmaal overzicht hebt is de rust terug.

Al zwemmend naar de man, stroomde liters adrenaline door mijn bloed.

Gelukkig zag ik zijn “kopje” weer boven water. Naderend bij de man begon mijn automatische piloot. “Bitte liegen Sie sich auf den Rucken”, hij zei eigenlijk weinig terug alleen dat hij “nicht kan schwimmen” en deed dat.

In de drenkelingshouding, zijn hoofd tussen mijn handen, waren we al snel op de terugweg.

In eens was er een serene rust, het overzicht was er, het slachteroffer kon eigenlijk niets meer gebeuren. Al moest ik nog wel een aardig eindje zwemmen. Ondertussen bleef ik in het Duits de man toespreken om hem gerust te stellen. “Das geht ja guht so”, “das wasser ist nicht kalt” en nog meer van die onbelangrijke zinnen. 

“Papa je bent er al lang”, ondertussen hadden zich toch al zo’n 20 strandgasten, waaronder mijn zoon, verzameld langs de waterkant. Ze stonden naast me! Ik was al zover doorgezwommen dat het water al geen meter diep meer was. 

Toen gebeurde de kloe van dit verhaal. De man, in de zestig, stond op en zei met een onvervalste Groningse tongval: “jaaee, je dacht zeker dat ik zo’n domme Duitser was, maar het is een Grunninger”. Ik reageerde helemaal niet, hij zei bedankt en liep tussen het groepje mensen door naar zijn vrouw.

De hele middag hebben we mekaar nog op een afstand gezien, hij zat met zijn vrouw aan de rand van de duinen, ik met mijn gezin aan de vloedlijn. Hoezo Duitser! Er zijn net zo goed Nederlanders die dit kan overkomen!

Hans Huls, juli 2014

1Kienstrabouwbedrijf.jpg6vpva.png2amelanderhistorie.jpg5sparmanje.jpg4kontour-vastgoed-banner.png3Huize-Miedema.png7bg-logo1-1.gif

 

Copyright 2016 De Amelander

Design:Webtool4all