Toen de eerste uitgave van ‘De Amelander’ verscheen was ik veer-tien jaar oud. Mijn vader en moe-der waren de tweede generatie uitbaters van ‘Nobel’. Naast het café en hotel had mijn vader ook nog een boerderij. Een drukte van jewelste.

Van mijn beide zusse, Janke en Antje, en mij werd dan ook verwacht dat we meewerkten in het bedrijf. Of het nu om het melken van de koeien ging of het schillen van de aardappelen: er moest gewerkt worden.

Uit het begin van de jaren zestig herinner ik mij nog heel goed een aantal gebeurtenissen. Zo waren er de ‘bankzittingen’ in het café. Deze zitting werd elke donderdag-morgen gehouden van 10 tot 12 uur. De bankdirecteur kwam dan het café binnen met zijn geld-koffer. De dorpsbewoners zaten al binnen op hem te wachten. Om beurten kon men geld storten of innen zodat men weer de beschikking had over geld voor het huishouden of om de rekeningen te betalen. Enkele bankklanten bleven daarna nog even gezellig aan de bar napraten en soms was het wel eens te gezellig waardoor de warme maaltijden thuis regelmatig koud werden geserveerd. 

En dan het ‘busvervoer’. Wanneer wij klanten hadden die met de bus naar de boot wilden, moesten wij een vlaggetje aan de gevel steken zodat de chauffeur van de HABO (Hollumer Autobus Onderneming) wist dat hij passagiers moest mee-nemen. Of de ‘veearts’ die elke morgen langskwam in het café om de lijst op te halen waarop alle boeren stonden die hij die dag moest bezoeken. Veel boeren hadden toen nog geen telefoon en meldden in het café dat ze de die-renarts nodig hadden.

Eén keer per maand had de’ Notaris’ zitting in het café. Wanneer er aktes gepasseerd werden, moest er wettelijk een getuige bij aanwezig zijn. Meestal was dat de taak van mijn moeder. Ze nam dan steevast de bak met aardappelen mee om deze te schillen tijdens het passeren van de aktes.

Dan had je ook nog de ‘boerenvergaderingen’ van o.a. Zuivelfabriek de CAF, Friese Mij. De boeren werden voor deze vergaderingen opgehaald met bussen vanuit Nes, Buren en Hollum en naar het café gebracht. Er was één buschauffeur die bij elke halte in de dorpen van de gelegenheid gebruik maakte om tijdens de stop even twee ‘Gold Star Vieux van Boomsma’ te drinken.

Het was ook de tijd van de ‘zwarte lijst’ van de Gemeente Ameland. Bewoners die het nuttigen van een borrel niet zo nauw namen, kwamen op deze lijst te staan. Wan-neer je op de zwarte lijst stond, mocht je gedurende een door de Gemeente Ameland bepaalde periode niet in het café komen. Vaak stonden dezelfde namen op deze lijst. Zelfs een ambtenaar van de Gemeente moest zichzelf eens op deze ‘zwarte lijst’ plaatsen.

En niet te vergeten de dansavonden. Wanneer je deze organiseerde moest je eerst naar het Gemeentehuis om toegangskaarten op te halen. Al naar gelang het aantal verkochte kaarten diende je aan de Gemeente de z.g. ‘vermakelijkheidsbelasting’ af te dragen. Voor elk evenement of het nu een toneelvoorstelling, dansavond of klaverjasavond was, altijd was je verplicht een vergunning ontheffing sluitingsuur bij Burgemeester en Wethouders aan te vragen.

Midden jaren zeventig heb ik samen met mijn vrouw Tineke (derde generatie Nobel) het bedrijf van mijn ouders overgenomen. Omdat ik nog geen vijfentwintig jaar was moest ik een ontheffing hebben van het Ministerie van Economische Zaken. Wij namen een bedrijf over met een goed lopend café, maar de hotelkamers waren gedateerd. Het eerste jaar hebben we dan ook meteen de hotelkamers goed aangepakt. Alles werd opnieuw behangen en het oude zeil werd vervangen door vaste vloerbedekking. Er kwam warm en koud stromend water. Dat warme water heeft toen nog voor veel gedoe gezorgd, omdat de warmte van het afvoerwater de veel te dunne afvoerbuizen deed vervormen en uiteindelijk doorhangen. Toch was deze up-grading nog niet voldoende om aan de eisen van de steeds kriti-scher wordende toerist te voldoen.

In de beginperiode van de jaren zeventig hebben wij veel zaken gedaan met de aannemers die met hun werknemers op Ameland kwamen werken. Deze ‘kostgan-gers’ gaven niet zoveel om luxe hotelkamers. Een goede slaapplek en een stevige lekkere warme maaltijd was al voldoende. Veel werknemers logeerden bij ons in het hotel; het waren hardwerkende mannen die werkten aan de dijkverhoging, de aanleg van de riolering, het aardgas en de kabeltelevisie. Begin jaren tachtig werden de Zweedse woningen gebouwd en ook deze werknemers waren bij ons in de kost.

Soms hadden we meer dan zestig kostgangers en omdat we niet over voldoende kamers beschikten huurden we op meerdere adressen in het dorp kamers erbij. Dit gaf soms wel problemen als de man-nen niet op tijd waren en we langs meerdere adressen moesten om ze te wekken voor het ontbijt van zes uur. Al deze mensen kregen van hun bedrijf twee consumpties per persoon per dag. Dit kwam weer ten goede aan de omzet van het café en dat was in die tijd natuur-lijk geweldig. Na de voltooiing van al deze grote werken op Ameland reduceerde ook het aantal kostgangers voor ons hotel.

In 1984 hebben we daarom samen met de architect een plan gemaakt voor uitbreiding van het hotel. Ik herinner mij dat ik samen met de architect het meetlint tegen de bestaande muur hield en we dertig stappen naar achteren liepen. Mijn vader keek met een zorgelijke blik toe. Het enige wat hij vroeg was: ‘mijn kippenhok blijft toch wel staan?’ en ‘hoeveel geld moeten we dan wel niet lenen voor deze uitbreiding?’ Geld lenen was voor mijn vader iets vreemds. Hij was nog van de oude stempel: eerst verdienen en dan pas uitgeven.

In 1985 is de uitbreiding gerealiseerd met ruime kamers, voorzien van alle gemakken en met een eigen terras. Door deze uit-breiding steeg de kamerbezetting op jaarbasis tot boven de 60%, daarom hebben we in 1988 alle oude bestaande hotelkamers afgebroken en ook deze kamers aangepast aan de moderne tijd. In de daaropvolgende jaren hebben we nog veel meer uitbreidingen gedaan. Bijna elk jaar werd er wel iets gebouwd of verbouwd. Dit was mogelijk omdat de seizoenen steeds langer duurden. Wel zag je een verschuiving in de verblijfsduur van de gasten. Vroeger kwamen er nog gasten in het hotel die veertien dagen bleven. Die tijd is voorbij, nu zie je gasten welis-waar veel vaker, maar wel voor kortere tijd.

In 2011 heeft onze zoon Barend Willem (vierde generatie) het bedrijf overgenomen. Ook hij richt zich op de toekomst en innoveert, voert veranderingen en vernieu-wingen door, net zoals wij dat indertijd hebben gedaan. Soms denken wij verschillend over bepaalde zaken, zoals ik dat ook met mijn vader had, maar ik weet dat het goed is wat hij doet en heb er alle vertrouwen in.

We hebben als Amelander gemeenschap de laatste vijftig jaar een enorme verandering doorgemaakt. Naar mijn mening heeft de komst van het toerisme naar Ameland, mede door de bouw van de ‘Amelander Kaap’ half jaren tachtig, een enorme stimulans gekregen. Er kwamen veel hotelkamers en appartementen bij op Ameland. Vele verhuurders zagen de ‘Kaap’ als een concurrent, wat het absoluut niet was. Met de realisatie van de ‘Amelander Kaap’ is er juist vanaf die periode veel ten goede veran-derd op Ameland. Bungalows werden vernieuwd, verbouwd en gerenoveerd. Tegelboord werd vervangen door tegels van keramiek, rotanstoelen verdwenen. 

Maar natuurlijk ook dankzij de vele goede ondernemers die Ameland rijk is, is er veel ten positieve veranderd. Door het doen van verstandige investeringen en het realiseren van vernieuwingen slagen zij er steeds weer in het seizoen te verlengen.

Trots moeten we zijn op alle organisaties die samen met tientallen vrijwilligers belangeloos op Ameland geweldige activiteiten organiseren zoals: Bootwateren, Rôggefeest, Rugbyfestival, Adventure Run, Rondje Ameland, Ambachtelijke dag, Kunstmaand Ameland enz. enz., allemaal activiteiten die georganiseerd worden voor onze gasten waardoor Ameland zowel in binnen- als buitenland enorm veel positieve publiciteit krijgt.

De laatste vijftig jaar heeft het toerisme ons eiland veel welvaart gebracht. Toch kunnen we niet stil blijven zitten en achterover leunen, we kunnen niet blijven hangen in de geschiedenis.

De moderne en toekomstige gast van Ameland verlangt van ons dat we blijven vernieuwen en investeren, en uiteraard gastvrij zijn en gast-vrij blijven. Als we dat doen zal Ameland een fantastische toeristische trekpleister blijven, en dan zal ook ‘De Amelander’ de komende vijftig jaar zijn bestaansrecht kunnen blijven bewijzen.

Wim Nobel, Hôtelier, Ballum

3Huize-Miedema.png4kontour-vastgoed-banner.png2amelanderhistorie.jpg1Kienstrabouwbedrijf.jpg7bg-logo1-1.gif6vpva.png5sparmanje.jpg

 

Copyright 2016 De Amelander

Design:Webtool4all