De Amelander viert dit jaar haar 50-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan zijn tien bekende Amelan-ders uitgenodigd een column te schrijven. In deze uitgave de bijdrage van Asing Walthaus, journalist bij de Leeuwarder Courant.

Kooihuis
Het eerste dat ik me van Ameland herinner, is dat ik het vies vond. Niet het complete eiland, maar wel dat bleekgele, mulle zand waar het voor een groot deel uit bestaat. Dat herinner ik me zelf niet echt, maar mijn ouders hebben het vaak verteld. Ze legden een plank of een oude deur op het zand, zetten mij erop en daar kwam ik de hele middag niet meer van af. Op foto’s kijk ik met een vies gezicht naar al het zand.

Ik was één jaar of zoiets en dit was op het Kooihuis, aan het eind van het Westerpad. Een reusachtig wit huis, waar pake en beppe (Dijkstra) elke zomer pensiongasten hadden. Pake en beppe woonden de rest van het jaar in Kampen, waar pake voor de klas stond. Later zouden ze in Ballum gaan wonen, aan de Nesserweg. 

Er was een waterpomp, er was een kelder die naar vocht rook, er was een los bijgebouwtje met slaapkamers, dat de Fuchsbau heette. Voorin, verstopt in een duin, was een bunker met een aggregaat dat of kapot was of kapot ging. Dan was er geen stroom meer. 

Zand mag bij de eerste kennisma-king raar aanvoelen, het is goed te doen. Vies was het al gauw niet meer. Het leven op het Kooihuis was als een eindeloze zomer, met het strand dichtbij, duinen rondom en het bos verderop. Er was altijd wel iemand om mee te spelen.

Voor iemand die zichzelf als een soort Amelander beschouwt, heb ik er niet lang gewoond. Wel was ik er bijna geboren, mijn moeder was in de zomer dat ze zwanger van me was op het Kooihuis. Maar ze besloot te bevallen bij haar eveneens zwangere zus in Vreeland, aan de Vecht.

Zwaan

Toen ik net vier was, en met mijn broers Waling en Giso in Harde-garijp woonde, kregen mijn ouders (Simon en Froukje) telefoon van pake. Die stond in Holwerd op het punt om naar Ameland te vertrekken. In Hollum was een hotel te koop, vertelde hij, De Zwaan. De boot zat vol belangstellenden en pake wilde ook een bod doen. Dan konden Froukje en Simon dat wel gaan drijven. Ze kregen maar kort bedenktijd: als hij zometeen op Ameland zou zijn, zou hij weer bellen.

De Zwaan was nog veel groter dan het Kooihuis. Het was ook een uitgewoonde boel, dat herken je later pas op de foto’s. De vorige eigenaars waren twee vrouwen, Joep en Erna. Voorin was het café, met een kleine bar. Zonder kruk-ken, vaste bezoekers zaten aan de stamtafel. Achter – waar nu de bar is – was een eetzaal. Links daar-van was een kleine huiskamer, daarboven op de vliering sliepen we. In mijn herinnering waren daar eerst geen wanden, maar gordijntjes.

Ze openden met Koninginnebal. ‘En het was bijna niet doorgegaan want de burgemeester wilde het verbieden’, zei mijn vader. ‘Er waren allerlei visserlui uit Harlin-gen op het eiland en de burge-meester dacht dat wij nog niet rijp waren om daar tegen op te treden. Maar het ging heel goed, oude Willem Grobbe heeft bemiddeld, die kende die mensen.’

Hollum had meer winkeltjes dan nu en de belangrijkste was boek-handel ’t Arendsnest (nu de pizzeria). Daar ging een flink deel van mijn zakgeld heen. Boekhande-laarster Noor Visser zei eens: ‘De liefde tot zijn land is ieder aange-boren’. Pas later leerde ik dat het van Vondel was.

Er was Koninginnedag met feest-wagens (ik was rat, bij de Ratten-vanger van Hamelen), kermis, sportdag van school (uit medele-ven kreeg ik altijd het een-na-laagste diploma), bosbunkers, Sunneklaas en Sinterklaas in het gymnastieklokaal. En altijd wel iemand om mee te spelen.

Dit moet in de tijd geweest zijn dat Cees Tanja De Amelander uitgaf, Miss Ameland-verkiezingen uit-schreef en 65-plusreizen ging organiseren. Soms zag je hem in Holwerd op de pier ‘Links! Links!’ zeggen, om te voorkomen dat de oudjes op de verkeerde boot stapten.

Het was ook in de tijd dat ik leerde fietsen van Jacob Roep, die kok bij De Zwaan was. Fietsen was een hele onderneming, daarom had ik het lang uitgesteld, maar er was nu geen ontkomen meer aan. Het jaarlijkse schoolreisje naar Zel-hem en Velswijk naderde en daar werd nu eenmaal gefietst. Het was goed te doen.

Vaste wal

Aan de vaste wal kom je erachter dat heimwee lastig is. Na een jaar Mavo in Nes ging ik naar Leeuwarden, bij een kostgezin. Ineens bestond een week uit twee stukken, die weinig met elkaar te maken hadden. Het ene was het weekeinde, dat op vrijdagavond begon op het busstation in Leeuwarden. Het andere was de week, die de zondag bedierf. Want aan het eind van de middag moest je weer met de boot, dus het had om tien uur zondagochtend al weinig zin meer om nog ergens aan te beginnen.

Maar net als met fietsen, zand en de meeste dingen: het is goed te doen. Heimwee gaat over als er iets leuks voor in de plaats komt. Bovendien, je moet verder kijken. Voor je kunt beweren dat Ameland de mooiste plek van de wereld is (dat hoor je wel eens) moet je eerst de rest van de wereld gezien hebben.

Ameland

Twee jaar geleden was ik met vrienden in Litang, een ruig stadje in China, tegen de grens van Tibet aan. Daar hadden we zin in koffie. We zochten een hotel op waar ze dat verkochten. De dame van het hotel bracht het in vier mokken. Op een ervan stond de vuurtoren van Ameland. Echt waar. In Ho-lum zou je van zo’n beker niet opkijken, maar 14.000 kilometer verder naar het oosten is het bijna ongelooflijk.

Daar kom ik vandaan, denk je dan. Ik ben er niet geboren, ik heb er niet zelf voor gekozen om er te gaan wonen, maar ik kom er wel vandaan. En dat is uitstekend te doen.

ASING WALTHAUS, JOURNALIST BIJ DE LEEUWARDER COURANT

1Kienstrabouwbedrijf.jpg4kontour-vastgoed-banner.png2amelanderhistorie.jpg6vpva.png5sparmanje.jpg3Huize-Miedema.png7bg-logo1-1.gif

 

Copyright 2016 De Amelander

Design:Webtool4all