De grondslagen van de huidige kerk gaan terug tot de 14e eeuw en was gewijd aan de Heilige Magnus, en niet zoals lang gedacht aan Onze Lieve Vrouwe. Deze kerk werd in 1569 echter door de Watergeuzen verwoest.

Ds. C. Schellinger

Het opgaande muurwerk stamt dan ook voor het grootste deel uit de 17e eeuw. Tijdens het predikantschap van dominee C. Schellinger werd de kerk in 1678 weer herbouwd. Waar de gemeente vóór die tijd samen kwam is tot nu toe niet bekend.

Drie kerkjes

Uit opgravingen tijdens de voorlaatste restauratie (1970-1977) is gebleken dat er aan de huidige kerk nog drie kerkjes vooraf gegaan zijn, waarvan de bouwsporen terug gingen tot in de 11e eeuw. Het gebouw zoals het er nu staat, is een forse dorpskerk met een totale lengte van ruim 45 meter en ruim 11 meter in de breedte.

Steensoorten

Wanneer we rond het gebouw lopen dan vallen een paar dingen op. Het eerste dat in het oog springt is dat het gebouw uit verschillende steensoorten is opgetrokken. De noordzijde en het grootste gedeelte van het koor zijn gemetseld met zgn. kloostermoppen. Waarschijnlijk was de 14e-eeuwse kerk hieruit opgetrokken. De zuidmuur is geheel van Friese gele stenen gebouwd. De zware steunberen wijzen er verder op dat de kerk oorspronkelijk een stenen gewelf heeft gehad (ook binnen zijn er nog sporen van te vinden) Bij de herbouw van 1678 is er echter een houten gewelf met trekbalken aangebracht.

Noormannenpoortje

De noordingang is nog 14e-eeuws en bestaat uit een korfboog, omlijst door geprofileerde bakstenen. Links van deze ingang is nog een dichtgemetselde, voormalige, niet oorspronkelijke ingang te zien. Aan dezelfde noordzijde bij het koor zien we in de buitenmuur nog een nis. Hier was vroeger het zgn. Noormannenpoortje. Volgens een oude sage zouden de Noormannen de bevolking in het noorden hebben gedwongen deze lage poortjes te bouwen opdat zij bij het binnengaan zouden bukken voor de Noorman.

Nooddeur

Inmiddels weten we wel beter. De reden dat deze poortjes zo laag lijken ligt in het feit dat het kerkhof in de loop der jaren een stuk is opgehoogd. Bij de laatste restauratie is duidelijk gebleken dat dit poortje een ‘normale’ hoogte had. Het is mogelijk dat deze noorddeur een rol heeft gespeeld bij het uitgaan van processies.

Houten schild

De zuid-entree bestaat uit een rijkprofileerde spitsboognis met daarin een korfboognis. In de nis boven de deur hangt een rond houten schild dat werd opgehangen ter herinnering aan de verbouwing van 1879. De huidige spitsboogramen met opstaande vork werden in 1970-1973 geplaatst.

Het interieur

Bij de hiervoor reeds genoemde restauratie uit de jaren 1970-1977 heeft men zich niet alleen tot het gebouw beperkt. Ook in de inrichting hebben aanzienlijke wijzigingen plaatsgevonden. Tot de laatste restauratie had de kerk, net als alle Friese dorpskerken, een dwarsinrichting. Midden op de zuidmuur was de preekstoel geplaatst met daaromheen het doophek.

Kerkenraad

Binnen dit ‘hekje’ waren de zitplaatsen van de kerkenraad en werd ook de doop bediend. Dwars op de zuidmuur waren de zgn. vrouwenbanken geplaatst en tegenover de kansel langs de noordmuur de lichtoplopende mannenbanken. Het koor was afgesloten met een eenvoudig houten schot en diende als vaste Avondmaalsruimte.

'Rond' het woord

De gemeente kwam hier dus echt ‘rond’ het Woord bij elkaar. Het een en ander resulteerde in elk geval in een gezellige, maar door oliekachels en losse stoelen ook wat rommelige, ruimte. Wie nu de kerkruimte binnen komt kan direct constateren dat de hierboven beschreven situatie ingrijpend gewijzigd is. Het gebouw heeft nu een lengte-inrichting.

Kansel en hekwerk

Via een breed middenpad kan men tot het verhoogde koor lopen. Van het oude meubilair resteren eigenlijk nog de laat 17e-eeuwse kansel en het bijbehorende hekwerk. De rest van het merendeels 19e-eeuwse meubilair is evenals de lambrisering verdwenen of vervangen. De kansel bevindt zich nu in het noordoosten van de kerk op de koorgrens terwijl het doophek in het westen het bankenblok afsluit. Het verplaatsen van de kansel maakte het helaas noodzakelijk dat de combinatie van kansel en doophek niet gehandhaafd kon worden.

Statige indruk

Het geheel maakt zeker op het eerste gezicht een statige indruk. Toch zijn er bij deze inrichting wel een paar kanttekeningen te plaatsen. We spraken reeds over het uit elkaar halen van kansel en doophek, wat uit monumentaal oogpunt gezien niet zo gelukkig is. Verder zijn er aantal meer praktische overwegingen te noemen. In de eerste plaats is door de lengte-inrichting de afstand tussen gemeente en voorganger veel groter geworden. De gemeente komt niet meer rondom de kansel en doopvont, maar daar tegenover bij elkaar. De ruimte heeft zo meer het karakter van een gehoor- en kijkzaal gekregen.

Liturgisch centrum

Verder blijkt dat het liturgisch centrum, de koorruimte dus, in liturgisch opzicht minder goed bruikbaar is voor de viering van het Avondmaal dan de oude ruimte. De viering, zittend rond de tafel, vindt nu niet meer plaats in het koor maar ervoor waarbij een aantal banken wordt omgezet. Tot voor kort keek de gemeente daarbij tegen een leeg koor aan, aangezien de tafel beneden, voor de koortreden geplaatst werd. Hoewel deze overwegingen wel een rol gespeeld zullen hebben bij het besluit tot herinrichting heeft men toen toch gekozen voor de huidige vorm. De invloed van de liturgische beweging zal daar een rol bij hebben gespeeld. Nu zouden deze wijzigingen waarschijnlijk niet meer plaatsvinden.

Houten torengewelf

Wanneer we de kerkruimte verder bekijken dan zien we dat het muurwerk nog duidelijk sporen vertoont die wijzen op en vroeger stenen gewelf, met name de pijlers tussen de ramen wijzen hierop. Na de wederopbouw heeft de kerk een houten tongewelf gekregen dat rust op een rondgaande alkooflijst, ondersteund door vijf zware trekbalken en drie consoles per travee. Het blauw van dit gewelf symboliseert de hemel terwijl d
e gouden ster in de koorsluiting een symbool is voor Christus, de Morgenster, de Zon der gerechtigheid. In de muren vallen nog een aantal korfboognissen op. We zullen ons nu verder bepalen tot enkele onderdelen van het interieur.

Doophek

Wanneer men uit het westen de kerk binnenkomt is het eerste dat men ziet het oude doophek. Dit dateert vermoedelijk nog uit de 17e eeuw, misschien zelfs uit de jaren van de wederopbouw. Het onderstel van het eikenhouten hek bestaat uit dichte onbewerkte panelen. De bovenhelft bestaat uit gewrongen kolommen die een ‘arcade’ dragen waarop decoratief snijwerk is aangebracht in de vorm van bladwerk. Daarboven een platte bovenlijst met zwarte bolknoppen. Zoals reeds gezegd vormt dit hek eigenlijk een eenheid met de kansel. We mogen in elk geval van geluk spreken dat het nog aanwezig is (menig doophek is verdwenen).

Het oude avondmaalsmeubilair

Helemaal achter in het schip, tegen de westmuur, staan twee oude banken met rugleuningen. Samen met de balpoottafel waarop de gebedenschaal staat behoorden deze banken tot het oude koormeubilair en stammen vermoedelijk nog uit de 17e eeuw. De cyclaamrode kleur dateert van de restauratie 1970-1977. Voor die tijd was dit meubilair boers, lichtblauw, geverfd.
Ook achter in het schip staat een nieuw scheepsmodel gemaakt naar het voorbeeld van een driemaster uit Canada. Hoewel dus niet echt een votief schip wordt zo de Amelander zeevaart van het verleden toch in herinnering levend gehouden.

Kroonluchters

In het schip boven het middenpad hangen drie forse geelkoperen 16-armige kroonluchters. Deze werden in 1775 door de kerkvoogdij aangekocht bij Jan Antoni Harmsen, koperslager te Amsterdam. Deze kaarsenkronen waren nodig geworden vanwege de catechisaties die de toenmalige predikant in de avonduren gaf. Het aantal mensen dat deze bijeenkomsten bezocht was zo groot dat men zich met de enkele kaarsen op de banken niet meer kon behelpen. Velen moesten blijven staan en namen het licht van de stekers op de banken weg. De kroonluchters boden toen de oplossing.

Houtsnijwerk

Op de noordmuur, onder het eenvoudige kruis, hangt één van de merkwaardigste voorwerpen van deze kerk. Het hangt er sinds de restauratie van 1879-1880 toen het werd gevonden onder de vloer. Hoe het daar terecht was gekomen is nog steeds een raadsel en dat geldt ook voor het voorwerp zelf. Nu gebeurt het bij restauraties wel eens vaker dat er voorwerpen uit de grond vandaan komen; meestal betreft het dan zaken uit de tijd van voor de Reformatie, in de grond verborgen om zo beschermd te worden tegen de calvinistische beeldenstormers.

Toch is er hier duidelijk iets anders aan de hand. In de eerste plaats gaat het hier duidelijk niet om een cultisch voorwerp. In de tweede plaats, en dat is nog veel belangrijker, doen de voorstelling en de vormgeving vermoeden dat het stuk uit later tijd stamt.

Koorhekkuif

We hebben hier naar alle waarschijnlijkheid niet te maken met een voor-reformatorische koorhekkuif maar met het opzetstuk van een herenbank. De mythologisch aandoende voorstelling, een man in een door vogels getrokken wagen, is bekend vanuit de oudheid en was met name in de Barok populair. Het gaat om Hermes, de godenbode, met een gevleugelde hoed op het hoofd en de caduceus, een met slangen omkringelde staf, in de hand. Aan het been is iets van een vleugel te zien. De rest van de voorstelling laat zich minder makkelijk duiden. Het bolbuikige, nagenoeg naakte jongensfiguurtje voorop de wagen doet sterk denken aan Eros. Wanneer dat inderdaad zo is, dan zou het hier mogelijk gaan om Hermes die de wagen van Aphrodite berijdt.

Substituut baljuw

Voor de datering moeten we waarschijnlijk denken aan eind 17e, begin 18e eeuw. Het voorwerp als zodanig is dan vermoedelijk de kuif van een kast geweest of van een herenbank. Om wiens bank het dan gaat is niet duidelijk. De Cammingha’s lijken uitgesloten aangezien zij een eigen slotkapel in Ballum hadden. De mogelijkheid rest nog van de substituut baljuw, die naar blijkt uit de grafzerken in het koor, in Hollum woonachtig was.

Liturgisch centrum

In het koor zien we aan de voorzijde de laat-17e-eeuwse eiken kansel, in het midden de moderne Avondmaalstafel en lessenaar en aan de zuidzijde het moderne betonnen doopvont. Deze nieuwe stukken kregen een plaats na de restauratie van 1970-1977. Vooral het forse doopvont, ontworpen door Jaap van der Mey, valt op. Dit doet toch meer denken aan dopen dan het vroegere koperen doopbekken dat aan de kansel is bevestigd.

Eiken kansel

De zeshoekige eiken kansel is aan vijf zijden versierd met decoratief snijwerk. We zien bloemboeketten die d.m.v. een lus aan een ring bevestigd zijn. De hoekversiering wordt gevormd door vrijstaande verwrongen kolommen met zgn. ionische kapitelen. Onder de consoles zien we gedraaide bollen, evenals onder de kuip. Op de kanselrand, naast de lessenaar, is een sierlijke geelkoperen kandelaar bevestigd waarvan de gedraaide boog uitloopt op een slangenbekje. Deze kandelaar was vroeger op het doophek bevestigd.

Grafzerken

Dat er in de voorgaande eeuwen ook regelmatig in de kerk begraven werd blijkt uit twee forse hardstenen grafzerken van de familie Neuhusius-van Iensma. De zerken liggen nu onder de Avondmaalstafel. De tekst spreekt voor zichzelf. Het betreft hier een 17e-eeuwse gemeentesecretaris met zijn gezin.

Het orgel

Wanneer we ons nu vanuit het koor naar het westen begeven dan zien we het orgel in volle glorie. Een fors instrument, in 1894 door Bakker en Timmenga uit Leeuwarden gebouwd. Oorspronkelijk als éénklaviersorgel met pedaal gebouwd werd het instrument in de jaren zeventig van de vorige eeuw uitgebreid met een tweede handklavier.

Wapen van Ameland

De kast is, evenals de balustrade mat zwart geverfd met gouden biezen. De rijkgesneden voluten en de bekroningen van de pedaaltorens zijn in het wit uitgevoerd, terwijl het front nog weer met bladgoud werd versierd. De orgelkast draagt bovenop het middengedeelte een schild met een wapen van Ameland terwijl het geheel met een harp (lier) wordt bekroond.

Renovatie 2009

In 2009 is de kerk opnieuw gerenoveerd. Onder de dakpannen is folie aangebracht en de dakpannen zijn dichter naar elkaar toe gelegd en uiteindelijk vastgemaakt tegen het afwaaien. Op de steunberen is lood aangebracht om het vocht in de kerk tegen te houden. Grotendeels is de kerk buitenom opnieuw gevoegd. Wat verder opvalt is dat er nieuwe koperen regenpijpen zijn aangebracht. Aan de binnenkant is het stucwerk volledig vervangen. De kerkzaal is opnieuw geschilderd en er is nieuwe verlichting aangebracht.

Oude zerken op het kerkhof 

Op de begraafplaats rond de Nederlands Hervormde Kerk vindt u vele oude grafstenen uit de tijd van de walvisvaart welke bijzonder belangrijk voor Ameland is geweest. Als we het kerkhof betreden aan de torenzijde gaan we rechtsom.

Hidde Dirks Kat

Direct al vinden we in het eerste perk (de perken zijn grotendeels aangegeven op de kerk) een steentje met het opschrift: H.D. Kat. Dit was één van de Amelander commandeurs die de ramp overleefde in 1777-1778. Daarover schreef hij een dagboek (verkrijgbaar in het Sorgdragersmuseum). Hij wilde echter niet terug naar Ameland en werd koopman in Hamburg. Nadat zijn vrouw gestorven was keerde hij terug naar zijn geboortegrond. Kat was toen geen commandeur meer en toen hij stierf kreeg hij zodoende een eenvoudig paaltje met het bovengenoemde opschrift.

Cornelis Barend Hanz

Dicht onder de kerk: Den Eersamen Commandeur Cornelis Barend Hanz 1752. Daarnaast zijn vrouw: Den Eer Baren Huisvrouw Anties Lyties enz. Let op de uitdrukking bij de man ‘ Eersamen’ en bij de vrouw ‘Eer Baren’. Tevens bij de man een afbeelding van een schip en bij de vrouw dat van een huis, ieder had dus zijn/ haar eigen domein.

Hans Barendsz

Tegen het buitenpad. 1790 Hans Barendsz oud 68 jaar en 9 maanden. Boven in de steen het schip ‘De jonge Jan’ waar hij commandeur op was. Verder staat op de steen dat hij vele jaren naar een koud gewest voer. Onderaan de steen: Hij heeft ook 38 jaar zeer sterk Diaken geweest in de ministen kerk (de Doopsgezinde kerk dus).

Olvert Pieter Lap

Ook aan de buitenkant, koopvaardijkapitein Olvert Pieter Lap. Deze man heeft veel gedaan voor de gemeenschap, heeft weduwen en wezen financieel bijgestaan. Vandaar dat er een straat naar hem genoemd is.

Pieter Cornelis Sorgdrager

Onder de kerk de familie Sorgdrager. Pieter Cornelis Sorgdrager, dat was de man die het huidige Sorgdragersmuseum heeft laten bouwen. Ook zijn zoon Cornelis Pieter Sorgdrager, die vele jaren leraar was in de Doopsgezinde kerk, ligt daarnaast begraven evenals zijn vrouw. 

Uit: Rij d’r eens langs! Reisgids langs Amelander Kerken en Zerken door J.H. Strubbe

 

Voor locatie op kaart: Hervormde Kerk Hollum, Oosterlaan 2, Hollum. Tel. 0519-554728 of kijk op Hervormde Gemeente Ameland

 

3Huize-Miedema.png2amelanderhistorie.jpg7bg-logo1-1.gif4kontour-vastgoed-banner.png1Kienstrabouwbedrijf.jpg6vpva.png5sparmanje.jpg

 

Copyright 2016 De Amelander

Design:Webtool4all