Vaak belt hoofdredacteur Klaas me voor het volgende nummer even waar ik mijn column over ga schrijven. Of het uit interesse is of om ervoor te zorgen dat ik het tijdig in zijn postvak aflever, laat ik in het midden. Meestal heb ik wel een helder beeld waar ik over wil schrijven. Soms komt het voor dat ik geen idee heb. Niet omdat ik dan geen inspiratie heb, maar omdat er niet te kiezen valt tussen de onderwerpen. Eerlijkheidshalve gebiedt mij te zeggen dat ik graag minder keuze had gehad deze maand. Ik heb daarom maar besloten om niets buiten beschouwing te laten. Er gebeurde deze maand veel te veel. Te veel.

Drie dagen voordat de vorige editie van De Amelander uitkwam, werd Peter R. de Vries neergeschoten in de Lange Leidschedwarsstraat in Amsterdam. Een collega-journalist. Het greep het hele land aan. Binnen de kortste keren gingen de meest afschuwelijke beelden rond op social media van een neergeschoten De Vries, opgenomen slechts luttele seconden nadat de vijf schoten gelost werden. Bij een gebeurtenis zoals deze, gaat er vrijwel meteen een journalistieke sensor af in mijn brein. Ik moet en wil alles weten, horen en zien. Als je dat echt wilt, kan dat tegenwoordig ook. Maar eerlijk is eerlijk: ik word er niet vrolijk van.

Dat komt vooral omdat de daad zo laf is. Meedogenloos ook. Peter R. de Vries stierf negen dagen na de aanslag op zijn leven. Kapotgeschoten. Monddood gemaakt. Door wie is nu nog een vraagteken. Er zijn twee mannen opgepakt, al ben ik ook benieuwd naar de rol van de twee vermoedelijke filmers van de video kort na de aanslag op de misdaadverslaggever. Neemt niet weg dat de politie een pluim van jewelste verdient, omdat ze de vermoedelijke daders binnen een mum van tijd te pakken hadden. Hopelijk lukt het de politie nu ook om de onderste steen in deze zaak boven te krijgen. Peter R. de Vries verdient dat met zijn status.

Het brengt me wel op een uiterst gevoelig punt. Ik ben een fel tegenstander van de doodstraf. Zodoende komen geweldplegers veel te 'makkelijk' van hun daad af. Iedereen ver-dient een tweede kans in het leven. Maar wat voegt iemand nog toe aan de samenleving die doelbewust een medemens overhoop heeft geknald? Of iemand waarvan je zeker weet dat hij dermate veel macht en invloed in de onderwereld heeft, dat hij binnen de kortste keren na vrijlating weer verzeild raakt in hetzelfde patroon van topcrimineel? De wereld is dan toch beter af zonder die persoon? Nu teren ze op de belastingcenten van Jan Modaal.

Was dat het enige verschrikkelijke nieuws de afgelopen maand? Nee, helaas niet. Zuid-Limburg staat in Nederland bekend als de enige regio met een heuvelachtig kenmerk. Maar Zuid-Limburg stond afgelopen maand onder water. Valkenburg aan de Geul veranderde in Valkenburg in de Geul. Verschrikkelijk wat er gebeurde. Mensen zagen hun hele hebben en houden letterlijk en figuurlijk in het water vallen. Moeder Natuur kende geen genade en sloeg buiten de oevers van de Maas vernietigend toe. Wonder boven wonder waren er geen Nederlandse slachtoffers te betreuren, in tegenstelling tot buurlanden België en Duitsland.

In zo'n situatie probeer ik me altijd te verplaatsen. Hoe zou het zijn als? Je moet er niet te veel bij stilstaan, maar het is wel een gegeven dat wij hier op Ameland omringd zijn met water. Dat is vrijwel altijd goed gegaan. Maar je moet er toch niet aan denken dat de auto's hier met een noodgang door de straten schieten, te midden van een kolkende massa water? Of dat de eerste verdieping van onze huizen tot aan het plafond gevuld zijn met Noord- of Waddenzee-water? En dat je met een bang hartje in je eigen huis lijdzaam moet toezien of de fundering het wel houdt? Dat je moet gaan slapen, niet wetend wat de nacht je brengt?

Ik vind het een enge gedachte. Datzelfde geldt overigens voor de besmettingscijfers rondom corona. Eind juni mocht Nederland vrijwel alle maatregelen eindelijk loslaten. Het bleek veel te snel. Binnen no time schoten de besmettingscijfers als vuurpijlen omhoog. Nergens in Europa stegen de positieve gevallen zo hard als in Nederland. En op Ameland in het bijzonder. 'We' hadden de twijfelachtige eer om na Groningen de gemeente te zijn met de meeste positieve gevallen per 100.000 inwoners. Niet bepaald iets om trots op te zijn. Deels door pech bepaald, maar wijs nu niet alleen met de beschuldigende vinger naar anderen.

We waren er zelf ook debet aan, door ons niet overal aan de regels te houden. Door langer open te blijven dan mocht, als het überhaupt was toegestaan. Feit was wel dat veel ondernemers met de handen in het haar zaten, een enkeling moest vanwege te veel corona-positieven (onder met name jongeren en jongvolwassenen) zelfs tijdelijk even de deur sluiten. Kortom: juli was eigenlijk een maand vol ellende. Een grote bak stront. Wat dat betreft had ik deze column liever over de mosdiertjes geschreven. In komkommertijd schijnbaar interessant nieuws voor vrijwel alle grote landelijke media. Blij toe, eigenlijk.

Dat zaakje stinkt namelijk een stuk minder.