De lente is begonnen! De eerste rondjes achter de grasmaaier zijn gelopen, mussen belanden her en der al voorzichtig in een vrije val van het dak, de zonnebrand staat daarom weer vooraan in het badkamerkastje en zie, ook mijn seizoengerelateerde sproeten ontspruiten. In de volksmond: de roestige uiteinden van mijn stalen zenuwen. Al waren die stalen zenuwen enkele weken geleden ver te zoeken.

Het hoogst haalbare in het leven van een Friese journalist is het verslaan van de Elfstedentocht. Niet een fiets-, zwem-, wandel- of subvariant, nee, dé Elfstedentocht. Op ijs. Ik stop dan ook niet eerder met mijn loopbaan bij Omrop Fryslân dan dat er een is verreden. Dat roep ik al jaren. Je kunt het naïef noemen of juist positief ingesteld, maar er zal vast ooit nog eens een Tocht der Tochten komen. Helemaal als het aan de Randstedelijke medemens ligt. Daar staat menig routeplanner bij min één alvast enthousiast op de Bonkevaart ingesteld. Op de redactie van de Omrop weten we wat dat betekent: niet alleen de schaatsen, maar ook Erben Wennemars wordt uit het vet gehaald. Ik dacht dat hij een soort van van de NOS was, maar dit jaar had Jinek de primeur. Corona of niet, die Elfstedentocht kon prima doorgaan, aldus Wennemars. Sterker nog, hij móést doorgaan.

Normaal gesproken kijken we vanaf de Omropburelen met een lichte vertedering naar deze blijde, doch niet geheel reële, uitspattingen van onze collega's op het Mediapark. Alleen zat ik dit jaar niet op die burelen, maar thuis op de bank. Al sinds Oudejaarsavond om precies te zijn. Die laatste dag van het toch al wonderlijke 2020 eindigde aan een infuus, en niet de soort met champagne erin (ik heb het uiteraard wel geprobeerd, maar ik kreeg geen voet aan de grond bij het verplegend personeel). Lang verhaal kort, toen het min vijftien werd en ook nog wel even zou blijven, was ik nog flink aan het herstellen van een plotselinge ingreep. En toen het dus min vijftien was en ik geen kant op kon, ging mijn hoofd ineens op Randstadstand. Want het zou toch niet zo zijn dat er, ondanks alle tegenberichten (en die waren er massaal), de vooruitzichten van Piet Paulusma en het aanhoudende coronavirus, een zestiende Elfstedentocht zou komen? Ik werd een Erben Wennemars in het kwadraat. En dat is niet best kan ik je vertellen. Als alleen kalmte u kan redden, dan was ik bij deze hopeloos verloren. Stalen zenuwen? Als sneeuw voor de zon verdwenen. De chaos was compleet.

Maar met de komst van dooi, keerde ook de innerlijke rust terug. Heel Nederland had geweldig genoten, er was her en der zelfs even geproefd van een beginnende Elfstedenkoorts, maar nu ging Erben toch echt weer de ijskast in. Het zou er niet meer van komen. Dat vond ik jammer voor de liefhebber, beter voor het virus en stiekem best een opluchting voor die Friese journalist in mij. Het grote spektakel leek even binnen handbereik, maar de langste tijd die ooit tussen twee Elfstedentochten in zat wordt wederom verder opgerekt. En daarmee ook de langste tijd die ik bij één en dezelfde werkgever doorbracht.

Afke Boven