• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

Het was voor Alida Smid-de Boer een emotionele gebeurtenis op die zondagmiddag in oktober 2020. Ze werd gebeld door haar nichtje Etje, dochter van haar broer Reimer de Boer en Corrie Visser. ‘Ik ben de laatste uit het gezin de Boer’, vertelt Alida. Dat was de reden waarom Etje haar belde. ‘Ik heb wat gevonden en dat komt jou toe’ vertelde Etje. ‘Ik heb alle scheepspapieren gevonden van Opa de Boer.’ Het was Etjes bedoeling om ze persoonlijk te komen brengen, maar precies rond die tijd werd de lockdown een spelbreker en na overleg besloot Etje de papieren dan toch maar te versturen. Zo kwamen de scheepsbescheiden van Pieter de Boer per post bij Alida binnen op 2 november. Alsof hij zelf de regie er nog in had: precies op de verjaardag van Pieter op 2 november.

De vraag van Jacob Wagenaar maakte dat in het leven van Piet de Boer een koerswijziging werd ingezet. Het bleek het einde van zijn zeemanscarrière te zijn en redde waarschijnlijk zijn leven.
We schrijven november 1939. In Amsterdam verblijft Pieter de Boer voor zijn laatste voorberei-dingen voor zijn reis als bootsman met de ‘Simon Bolivar’. Omdat hij toch in Amsterdam is, besluit zijn zwager Jacob Wagenaar (van Wa-genaars busonderneming in Nes) Pieter op te zoeken in zijn loge-ment. Je kunt hen bijna voor je zien. Hoe ze daar zaten tegenover elkaar, de twee zwagers, Jacob met zijn prachtige snor en de sterke bootsman Pieter, al in scheepskleding klaar voor de reis. ‘Piet, bistou dien leven moe?’ moet Jacob op een gegeven mo-ment in alle eerlijkheid gevraagd hebben aan Piet de Boer. Het was in 1939 oorlogsdreiging alom. De Eerste Wereldoorlog was pas twintig jaar geleden geëindigd en stond nog in de herinnering van iedere zeeman gegrift. Jacob Wa-genaar wist Pieter te overtuigen, hij haakte af en liet de reis aan zich voorbij gaan. In het boek ‘Varen in oorlogstijd’ van S.J. Graaf van Limburg Stirum lezen we over de lotgevallen van het passagiersschip Simon Bolivar met aan boord 265 passagiers en een bemanning van 132 koppen. Op 17 november vertrok de Simon Boli-var zonder Pieter de Boer vanuit Amsterdam naar West-Indië en zou ter vermijding van de in West-Europa ter zee dreigende gevaren tijdens de verdere duur van de oorlog aan de overzijde van de Atlantische oceaan blijven. Op 18 november al liep aan de oostkust van Engeland bij het lichtschip Sunk de Simon Bolivar op mijnen. De eerste hevige ont-ploffing vond plaats onder het voorschip vlakbij de brug en kost-te het leven aan kapitein Vorspuy. De tweede explosie volgde in de midscheeps, waardoor passagiers, die al in de sloepen zaten te water raakten. Er waren vele ernstig gewonden. Engelse marinevaar-tuigen schoten onmiddellijk te hulp. De Simon Bolivar zonk ech-ter vrij snel en de sterke getijde-stroom maakte dat drenkelingen wegdreven. De ontploffingen veroorzaakten de dood van 59 passagiers en 43 bemanningsle-den. Onder de doden bevond zich behalve de kapitein ook de net als Piet de Boer uit Hollum afkomsti-ge Hendrik Ruygh.

Terug naar de documenten en naar het begin van het zeemansleven van Pieter de Boer.
Pieter de Boer was in 1906 in Hollum geboren. Zijn ouders wa-ren Cornelis de Boer, die ook bootsman was en Antje Visser. In september 1921 wordt aan de dan vijftienjarige Piet zijn eerste monsterboekje uitgegeven. (afb.1) Hij kan aan het werk bij de K.N.S.M. en hij vertrekt als ma-troos. Het zal zeker bij zijn sollici-tatie geholpen hebben dat de maatschappij zijn vader kende, de bootsman. Bovendien had men graag jongens van de waddenei-landen, ze konden aanpakken en hadden het in zich om uit te groeien tot uitstekende zeelui. Zijn eerste schip wordt aangeduid met ss: sailing ship. Gaat hij als snelle en lenige jonge jongen het want in? Het lijkt erop. Het zou echter ook al een stoomschip geweest kunnen zijn, ook stoom-schip wordt als ss geschreven. Het volgen van Piet de Boer wordt nog leuker als hij in 1926 op 1 maart in dienst moet. Als varens-man kan hij zijn diensttijd door-brengen bij de marine. Hij start met een opleiding in Willems-oord, maar gaat al op 12 april, na een opleiding van vijf weken aan boord van het schip Hare Majes-teits Tromp als ‘zeuntje’. En dat voor een soldij van 80 cent per dag. (afb.2) Maar op 12 juli van hetzelfde jaar verandert zijn functie in ‘matroos’ en gaat zijn soldij omhoog: naar één Holland-sche gulden. Dat mag ook wel, want zijn complete garderobe, wat moest worden aangeschaft voor de dienst moet worden te-rugbetaald. (afb.3) Het is een in-drukwekkende lijst inclusief twee hangmatten van samen 9,80, twee flanellen onderbroeken en drie borstrokken. Piet zal van deze kledij ook later wel plezier gehad hebben, want hij verlaat de Mari-ne in november 1926, maar keert voor een herhalingsoefening in 1929 nog eens terug aan boord van ‘Hare Majesteits van Speijk’ gedurende vijf weken. Dat moet hij een mooie onderbreking ge-vonden hebben van zijn gewone zeemansleven, al was ook nu de soldij matig: één Hollandsche gulden per dag.

Reizen per trein in 1926

Pas in december 1940 werd het spoorstation Holwerd gesloten. Tot dan verzorgde het Dockumer Lokaeltsje het vervoer van passa-giers richting de veerboot naar Ameland. (Afb.4) Voor zijn reis per trein richting zijn kazerne bij Willemsoord in Rotterdam heeft marinier Piet de Boer in zijn vaarboekje een bewijs van gratis vervoer: afgegeven in Den Helder op 28 juni 1926. Aanwijzingen voor de reis: Vertrek van Ame-land met het Rijksveer. (Afb. 5) Vervolgens stapte hij in Holwerd in het Dockumer Lokaeltsje om via Sneek, Obdam, Beverwijk en Lisse naar de Marinierskazerne in Rotterdam te treinen. Wat jam-mer dat er zo’n enorme hoeveel-heid stationnetjes zijn verdwe-nen, sinds die tijd. Ook voor de veerboot krijgt Piet de Boer een gratis passagebiljet, uitgeschre-ven op de dag dat hij de Marine verlaat. Het is niet om zomaar te gebruiken. Beiden mag hij ge-bruiken als hij wordt opgeroepen bij spoed. Een plotseling ontstane oorlogssituatie, bijvoorbeeld. (Afb.6)

Streng toezicht van de Ge-meente Ameland

Op 22 november 1926 stuurde de secretarie een strenge toevoe-ging aan het Marine vaarboekje. Piet de Boer blijkt vóór de aan-vang van iedere buitenlandse reis dat te moeten komen melden op de secretarie. Ook de naam van het vaartuig, waarmee hij ver-trekt en de bestemming van de reis moeten bij de secretarie bekend zijn. Bij terugkomst moet dat weer worden gemeld. Niet nakoming wordt beschouwd als overtreding en is strafbaar. Ver-gaande bureaucratie al in 1926…, nog wel in een gewoon hand-schrift, dat dan weer wel. (Afb.7)

Liefde op het ijs

Was het in de strenge winter van 1929 dat Piet de Boer uit Hollum het Nessumer meisje Baukje Wa-genaar ontmoet schaatsend op het ijs van de dijksloot tussen Nes en Hollum? (Afb. 8) Ze trouwen in de zomer van 1930 op 14 augustus. Dat valt te lezen in hun trouw-boekje. (Afb. 9) Van die tijd da-teert ook een foto. Ze zijn een knap paar! De moeder van de bruid zorgde voor huisvesting, voor het jonge paar liet ze een huisje bouwen tegenover wat nu de Chinees is aan de Strandweg in Nes. Later zou Baukje haar moe-der in huis nemen en jarenlang verzorgen. Nu is daar Rijwielver-huur Nobel gevestigd. Ook Alida Smid verhuurde er net als haar broer al fietsen en had in het woonhuis van haar ouders een winkel.

Het is een meisje…

Bewaard gebleven is het telegram met gelukwens(ch), dat Piet stuurt aan Baukje als hun dochter Annie is geboren. (Afb.10) Piet is in de jaren daarna bijna aanhoudend aan het varen, hij wordt pantry-medewerker aan boord van ss Prins Frederik Hendrik (nog steeds een sailing ship?), zo staat in zijn monsterboekje. Hij ziet in die tijd de hele wereld. Het zijn gevaarlijke reizen, waarbij het schip meerdere keren Kaap Hoorn rondt, maar Piet de Boer is wel-licht nog meer op zijn hoede als het schip de Golf van Biskaje over-steekt. Hij is ambitieus, als hij een aanbieding krijgt om op Curaçao bij de olieraffinaderijen te gaan werken, probeert hij Baukje over te halen met hem naar Curaçao te verhuizen. Het gaat te ver voor Baukje, ze weigert en zegt op Ameland te willen blijven wonen. Piet brengt wel een souvenir voor haar mee: dit prachtig geborduur-de zakdoekje van de Antillen. (Afb.11) Als we Piets monster-boekje van 1938 volgen dan blijkt hij inmiddels te zijn opgeklom-men tot bootsman op de ‘Crijns-sen’. Bootsman is een rang (on-derofficier) en functie aan boord van koopvaardijschepen. (Afb.12) De bootsman heeft de leiding over de matrozen en lichtmatrozen. Hij krijgt zijn instructies van de eerste stuurman en onder diens leiding is hij verantwoordelijk voor onder andere het onderhoud van het schip, maar op een passa-giersschip ook het smetteloos schoon zijn van de passagiersdek-ken en -verblijven. Zonder het zich op dat moment bewust te zijn, maakt hij zijn laatste reis, als bootsman op de ‘Boskoop’, die hij op 7 september 1939 verlaat via de gangway.
(Afb.13)

Pieters vader Cor

Wie wel de hele oorlog doorvoer was Pieters vader Cor (1879-1968). Hij en zijn vrouw Antje woonden in de Burenlaan, tegen-over de Welvaart. Helaas is zijn grafsteen enige jaren geleden verwijderd, er stond een mooi zeilschip op. (Afb. 14) Ook vader Cor voer op een passagiersschip: de ss Cottica, dat op 30 april 1927 te water was gelaten. Net zoals zijn zoon was hij bootsman. Bootsman zijn op een passagiers-schip is een aanzienlijke en ver-antwoordelijke functie. Alida Smid vertelde dat haar opa een koninklijke onderscheiding heeft gekregen voor de vele jaren dat hij trouw de K.N.S.M. gediend heeft, waarvan jarenlang op de ss Cottica. Hij was er trots op en droeg de onderscheiding altijd. De onderscheiding en zijn gouden horloge zijn nog altijd in bezit van de familie de Boer in Hollum.

Toch weer varen…

Met het aanpakken van alles waarmee hij iets kon verdienen voor zijn gezin, kwamen Piet en Baukje de oorlog door. In 1943 werd zoon Reimer geboren en in 1946 Alida. ‘Ik was een echt va-derskind’ vertelt Alida. (Afb. 15) Ongetwijfeld zal ook vader Piet ervan genoten hebben deze twee kinderen te zien opgroeien. Met heel veel plezier pakte Piet na de oorlog het varen weer op bij Wa-genborg Passagiersdiensten, nu op de Waddenzee. Op foto’s is hij te zien op de Maria Louise, een van de Rijksveren in die tijd. (Afb. 16) We zien hem aan de touwen (Afb. 17), als roerganger, als oplettend bemanningslid tijdens ijsgang. (Afb. 18) En wellicht dacht hij nog wel eens terug aan de wijze raad van zwager Jacob Wagenaar, die hem ervoor behoedde om scheep te gaan op de Simon Bolivar, die verging door oorlogshandelingen, voordat de oorlog echt was uitge-broken.

Met dank aan Alida Smid-de Boer en haar nichtje Etje voor het beschikbaar stellen van de vaardocumenten van hun vader en grootvader.
Dank ook aan Pieter Jan en Tineke Borsch voor de aanvullende informa-tie over het passagierschip ‘Simon Bolivar’ en bootsman Cor de Boer.


Vanwege het dalend aantal leerlingen, het tekort aan leerkrachten in het basisonderwijs en de verouderde schoolgebouwen die onderhoud nodig hebben, doet een stuurgroep onderzoek naar de toekomst van het basisonderwijs van West-Ameland. Een van de scenario’s die wordt onderzocht, is het samenvoegen van de basisscholen in Hollum en Ballum. Er zou dan één basisschool voor West-Ameland moeten komen. Hoewel het onderzoek net is gestart, zou dit betekenen dat de school in Ballum dreigt te verdwijnen. Deze school heeft in het verleden al vaker voor haar voortbestaan moeten vrezen. Tijd om eens te verdiepen in de geschiedenis van de school. Voor welke uitdagingen heeft de school gestaan?

Personeel

Reeds rond 1635 gaven Symon Jickes en Jan J. Holwierda enig onderricht in Ballum. Later ruim een eeuw lang dezelfde familie waarin Gerrit Sieds en Sieds Gerrits elkaar afwisselden. De familie gebruikte later de achternaam ‘Meester’. Van meester Sieds Gerrits weten we dat hij meer voor het boerenvak voelde dan voor het onderwijs. In 1833 kwamen daarover veel klachten van ouders. Gelukkig voor hen gaat in januari 1834 de onderwijzer Sieds Gerrits Meester op 64-jarige leeftijd met pensioen. In een artikel uit december 1833 uit de Leeuwarder Courant zoekt men naar een nieuw hoofd der school te Ballum. Sieds Gerrits is dan niet meer in staat behoorlijk onderwijs te geven. Op 4 januari 1834 vervangt Gerrit Ailjes van Tuinen uit Dokkum hem. Op 29 maart 1834 solliciteerde Van Tuinen nogmaals op deze functie en kreeg daarna een vaste betrekking. Hij zou zo’n 58 jaar aan de school verbonden blijven. Hoewel hij rond 1849 door het gemeentebestuur als onderwijzer voor de school in Buren werd benoemd, werd deze benoeming door de minister niet goedgekeurd. W. Manders uit Amsterdam werd benoemd en Van Tuinen bleef in Ballum. Naast onderwijzer was Van Tuinen tevens koster en voorzanger van de kerk. Als onderwijzer heeft hij een tweederangs salaris van f 406,- per jaar. Hij heeft geen hulponderwijzer of kwekeling. Die heeft alleen Hollum.

In januari 1887 heeft de school van Ballum 49 leerlingen (21 jongens en 28 meisjes) en in juli dat jaar 42 leerlingen (20 jongens en 22 meisjes). In 1887 krijgt Ballum ook een hulponderwijzer. Dit wordt Jacob Komrij. In 1892 werd aan G.A. van Tuinen op zijn verzoek eervol ontslag verleend per 1 april 1892.

Verhoogd schoolgeld onbetaalbaar voor arme gezinnen

In een schrijven van 30 augustus 1821 van de Gouverneur aan het Grietenijbestuur wordt vermeld dat de scholen te Nes en Ballum eigendom zijn van het Domein (het Rijk, red.). Ze zullen aan de Grietenij (Gemeente Ameland, red.) worden overgedragen, maar pas na behoorlijk in orde te zijn gebracht ten koste van het Domein. Bovendien heeft Zijne Majesteit weder goedgunstig een som van fl. 1.000 voor een nieuwe school te Ballum. Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in de Vereenigde Nederlanden voor den jaren uit 1826.

In een brief van 17 oktober 1821 van de grietman (burgemeester, red.) aan de ontvanger registratie en domeinen lezen we: ’Op Ameland twee scholen: Nes en Ballum. Voor zover de grietman bekend: eigendom van de gemeente en zijn ook altijd door de gemeente onderhouden geweest. Gezien de armoedige toestand der ingezetenen krijgt Ameland nu een rijkssubsidie tot het bouwen van een school met woning te Hollum. De scholen van Nes en Ballum behoeven dringend reparatie en Ameland zal daarvoor aan Z.M. om subsidie vragen, omdat de gemeente niet daarvoor de middelen heeft.’

In een brief van 4 maart 1828 van Gedeputeerde Staten aan het Grietenijbestuur lezen we: ‘(…) kamerverhuur voor het onderwijs te Ballum f 11,10. (…) het tekort op de kosten der verbouwinge van de school te Ballum: f 37,-…’. (De verbouwing werd betaald uit de opbrengst van de verkoop van het gemeentelijk pakhuis te Hollum.)

In een brief van 8 april 1852 van onderwijzer Dijkstra te Nes aan de gemeenteraad: Bezwaar tegen het door de raad vastgesteld reglement, waarbij de schoolgelden verlaagd werden, waardoor het minder gegoeden mogelijk werd om zelf het schoolgeld voor hun kinderen te betalen. De onderwijzers krijgen daardoor minder geld van de gemeente, die voor de armlastigen eerst het volle pond betaalde. Dijkstra voert aan dat het reglement eigenlijk alleen voor Ballum geen bezwaren oplevert omdat er in dat dorp minder armen zijn.

Grond aankopen voor nieuwe school

Op 12 april 1884 werd besloten tot de aankoop van een perceel van de erven G. de Vries voor het stichten van een nieuwe school. Het initiatief daartoe was genomen door het schoolhoofd Van Tuinen. Besloten werd om aan Z.M. te verzoeken al de kosten der stichting van die school en de onderwijzerswoning ten laste van het Rijk te brengen. Hoewel de Gedeputeerde Staten de prijs voor het perceel te hoog vonden, konden ze geen ander perceel vinden. Uiteindelijk gingen ze met de aankoop akkoord mits gemeente Ameland het bedrag van 750 gulden voor haar rekening nam. Op 16 mei 1885 werd de bouw aanbesteed aan Cornelis Schiere uit Boornbergum voor 14.487 gulden. Op 31 juli 1885 werd de eerste steen van het schoolgebouw gelegd. In 1954 zou de school nog drastisch verbouwd worden.

School gered van dreigende sluiting

Brief van B&W aan Gedeputeerde Staten (GS) van Friesland, waarin wordt voorgesteld de school te Ballum op te heffen; dit op aandringen van Rijkswege. 26 februari 1934 Brief gemeentebestuur aan GS waarin bekend gemaakt wordt dat de Raad het voorstel heeft weggestemd. Daarna wordt er beroep aangetekend bij de Kroon, omdat GS op 14 maart 1934 besloten de school toch te sluiten per 1 april 1934. Om de zaak verder nog te bepleiten ging er een delegatie, bestaande uit pastoor Koelman, K. Klip en G. Koster, naar Den Haag. Pastoor Koelman, evenals de twee anderen, waren voorstander van het behoud van de Ballumer school. Ze hebben - zo wordt verteld - in Den Haag erg goede connecties gehad, gezien het feit dat op 13 juli 1934 de Kroon het besluit van GS vernietigde, waardoor de school tot veler vreugde gered was! Dat er daarna een uitbundig feest gevierd werd spreekt natuurlijk voor zich.

Ballum mag zeker al die mensen dankbaar zijn die in het verleden kinderen in huis namen van de vaste wal. Hierdoor had de school steeds voldoende leerlingen bij de periodiek gehouden tellingen. Om de school bestaansrecht te geven moest er een bepaald aantal leerlingen zijn. Iedere Ballumer leeft steeds intens mee met de school; het maakt dan niet uit of men er kinderen op heeft of niet. Dit meeleven geldt ook voor de ouders uit andere dorpen op Ameland, die hun kinderen in Ballum op school deden. Het jaar daarop vierde school haar 50-jarig jubileum. Er was drie dagen feest in Ballum, met optochten van versierde wagens.

Behoefte aan een nieuwe school

Tijdens de ouderavond op 26 oktober 1981 kwam ter sprake een nieuwe school aan te vragen. De prognose voor de toekomst bleek zeer gunstig. Op de ouderavond vertelde wethouder De Boer positief te staan tegenover nieuwbouw. Voorzitster Antje van Seventer zei, dat ook met het oog op de toekomst, nieuwbouw zeker aan te bevelen was.
Op 7 december 1981 vond een gesprek plaats met het college van B&W. Naast de oudercommissie waren namens het V.O.O. aanwezig dhr. Vroon (Amsterdam) en dhr. Bruinia (afd. Friesland). Zij hadden zich van tevoren van de plaatselijke situatie op de hoogte gesteld. In het gesprek gaven beide heren hun visie op de zaak. De oudercommissie voelde zich door hun deskundigheid zeer gesteund. De Burgemeester stelde nog een rigoureuze verbouwing voor, nieuwbouw kon wel eens een groot risico met zich meebrengen. Wethouder De Boer daarentegen zei: starten met de procedure! De V.O.O. zei blijvende ondersteuning toe. Tenslotte gingen B&W akkoord! En toen keurden Inspecteur en Geneeskundig Inspecteur het gebouw af. Op 26 april 1982 kwam het principebesluit van de gemeenteraad tot nieuwbouw O.L.S. te Ballum. Een maand later kwam het verzoek aan het ministerie, via de Inspecteur, om in het kader van de wet ‘Beheersing Huisvesting KO/LO’ te komen tot nieuwbouw (V.O.O. adviseert nog de oudercommissie om ook telefonisch de zaak in Den Haag te bepleiten; om de zaak te bespoedigen). Een bouwkundige van het ministerie komt de situatie in ogenschouw nemen. Op 8 september 1982 was het eindelijk zo ver: het ministerie gaf toestemming tot de bouw van twee lokalen plus een gemeenschapsruimte.

In 1983 werd de oude school in Ballum afgebroken. In 1984 kwam in zowel Hollum als Ballum een nieuwe school. Deze waren ontworpen door toenmalig adjunct-directeur Douwe de Boer van gemeentewerken. De school in Ballum had op dat moment twee lokalen en een gemeenschapsruimte waar de kleuters waren ondergebracht. Op dat moment zaten er 40 leerlingen op de school. Op 16 november 1984 werd de school geopend door inspecteur Sikko de Jong. De totale bouwkosten waren fl. 595.000 waarbij nog eens bijna veertig mille voor de inrichting moet worden opgeteld. Terwijl de verbouwing plaatsvond, hadden de Ballumer scholieren les in een noodlokaal achter het gemeentehuis.

Op 31 juli 1885 werd de eerste steen gelegd van de oude school door burgemeester Daniel Walraven baron van Heeckeren. Voor de nieuwe school deed wijlen Antje van Seventer-Nobel dit op 9 maart 1984. De naam ‘Ienster’ is genoemd naar het stuk land aan de westkant van de school dat vroeger door dijkjes was omringd. In het Fries heette zo’n stuk land ‘ien skar’ en dat is in Ballum vermoedelijk verbasterd tot ‘Ienster’. Anno 2020 zitten er 44 leerlingen op deze school.

De school van Ballum bestaat al eeuwenlang. In deze lange geschiedenis heeft de school vaak voor haar voortbestaan moeten vrezen. Het scenario van één school voor West-Ameland zorgt wederom voor onzekerheid. Een sluiting zou een ramp zijn voor de leefbaarheid van het dorp. In het dorp waar vroeger de Erf- en Vrijheer van Ameland het eiland bestuurde, en waar nu het gemeentehuis staat, hoort een school te zijn. Laten we deze bijzondere geschiedenis koesteren en Ballum haar school gunnen. Hopelijk nemen ze dit mee in het onderzoek naar de toekomst van het basisonderwijs voor West-Ameland.

In 1985 werd het ‘Historisch fotoboek Ballum’ uitgegeven ter ere van het eeuwfeest van de school. Van dit boekwerkje is dankbaar gebruik gemaakt voor het achterhalen van de geschiedenis van de school in Ballum.

Gerrit-Aljes-van-Tuinen--de-oude-schoolmeester-uit-Ballum-geboren-in-Kollum--04-12-1813-en-overleed-in-Ballum-op-29--11-1905
20554school-8
ddd011011265mpeg21p014image-2
Behoud-school-Ballum-1934
Eerste-steen-school-Ballum-1885

 


Hoe beleven ouders en kinderen de lockdown op Ameland? Alle kinderen, en ouders, moeten wennen aan thuisonderwijs. Of je nu in Rotterdam, Maastricht of op een Waddeneiland woont. Juffen en meesters doen hun best om de moed erin te houden bij de kinderen. Met online lessen en opdrachten wordt hen structuur geboden. Maar in het landelijke nieuws zie je dat ‘de Coronakilo’s er aan vliegen’ en de gameverslaving onder kinderen een groeiend probleem wordt. Sportverenigingen zijn gesloten, de gymlessen op school zijn weggevallen en veel actieve uitjes zijn afgeblazen. Als ik zo op Facebook scrol, zie ik wel een groot verschil tussen hoe de jeugd op Ameland deze lockdowns doorkomt en hoe de jongelui in de stad zich moeten vermaken. Omdat ik een redelijke kijk op beide ‘werelden’ heb, deel ik mijn ervaringen in deze Coronaperiode met jullie.

Dubbelleven Leeuwarden/Ameland

Sinds drie jaar hebben wij als gezin een soort van ‘dubbelleven’. Dat klinkt spannend en uitdagend en dat is het ook wel. We zijn eigenlijk permanent op vakantie. Door-de-week wonen we in Leeuwarden en in de schoolvakanties en weekenden reizen we naar Ameland voor ons recreatiebedrijf, Appartementen De Vlindertuin te Nes. Onze kinderen gaan in Zuiderburen, een nieuwbouwwijk van de Friese hoofdstad, naar school. Zelf werk ik fulltime aan de wal als docent duurzame bedrijfskunde bij de groene hogeschool, Van Hall Larenstein. Sinds maart draag ik nauwelijks nog colberts, jurkjes, panty’s en hakken want ik sta niet meer voor volle collegezalen ‘op te treden’. Ik zit verslonst met pantoffels en een joggingbroek tegen een computer te praten. Alle lessen moeten immers via Teams. Manlief, Michiel Mosterman, werkt als projectontwikkelaar van zonneparken en is inmiddels ook tien maanden vanuit huis zijn meetings aan het doen. Onze oudste, Hidde, zit in het eindjaar groep 8 en zijn broertje Jelle vermaakt zich in groep 6. Het hebben van twee woonplaatsen is niet een vooropgezet plan. Soms lopen dingen gewoon zo. Het familiebedrijf, dat Theo en Joke Mosterman hebben opgezet, wilden we doorzetten. En zo konden we ook mooi die theorielessen bedrijfskunde van mij en die zonnepanelen van Michiel op De Vlindertuin gaan toepassen. Tijdens de lockdowns bivakkeren we veelal op Ameland. Redenen? De verbouwing van het bedrijf coördineren, de gezonde en rustgevende woonomgeving en het feit dat we allemaal rustig in een leeg appartement kunnen werken. Ameland geeft ruimte! Het gaf me inzicht in de verschillen tussen Amelander kinderen en stadse kinderen in deze tijd, waarin we allemaal aan huis gekluisterd zijn.

Multitasken: gamen en lessen volgen

Als je van de nieuwbouwwijk in Leeuwarden een foto maakt met een drone, staat in 50% van de tuinen een trampoline. Hier op het eiland zie je ze nauwelijks. Eigenlijk ook wel heel logisch want waarom zouden de kinderen zich hier beperken tot 4 m2? Het strand/de wereld ligt immers aan hun voeten. De ruimte die het bos, de duinen en de zee de Amelander kinderen bieden, is een geweldig cadeau. Juist in deze moeilijke tijd biedt de natuur uitkomst om de kinderen fit te houden. Zowel mentaal als lichamelijk heeft deze woonomgeving de jeugd veel te bieden tijdens deze lockdown. Zijn de kinderen in de stad dan zielig? Nee hoor. In onze woonplaats Leeuwarden zijn wel speelveldjes tussen de huizen. Maar dat ziet er dus nét wat minder aantrekkelijk uit. En laten we eerlijk zijn, dat is het ook. De kinderen van een jaar of vijf vermaken zich nog wel met de schommel en een glijbaan. Maar juist die oudere groep grijpt eerder naar een zak chips om vervolgens op de bank te ploffen en er héél lang niet meer af te komen. Ouders moeten immers ook gewoon presteren voor hun werkgevers. Helemaal in deze tweede lockdown verwachten werkgevers dat je het thuis wel geregeld hebt. Minecraft en andere games draaien een mega omzet omdat kinderen het ‘saaaaai’ vinden buiten. En koud. Want het is natuurlijk ook geen zomer. Met name de jongens, ik spreek uit ervaring, zijn gevoeliger voor al die games. Ik vrees wel eens dat ze er vierkante ogen van krijgen, maar goed dat zullen meer moeders zich afvragen. Ook mijn agrarische studenten zitten tijdens mijn lessen Farming games te doen. Ze zeggen door de lockdown te kunnen ‘multitasken’. Colleges volgen én gamen tegelijkertijd! Gelooft u het? Amelander jongelui gamen ongetwijfeld ook. Maar ze worden toch veel eerder verleid om naar buiten te gaan. Uiteraard aangemoedigd door ouders die hier veelal zijn opgegroeid en de leuke buitenspellen nog wel weten van hun eigen jeugdjaren.

Beweegoefeningen

Onze jongens krijgen iedere week een beweegopdracht van school, die ze dan ook nog moeten filmen en als ‘bewijs’ dienen op te sturen aan juf. Deze week was de opdracht: een kussen zo lang mogelijk in de lucht houden met één hand. Het zijn oefeningen die ieder kind in de huiskamer kan doen. Want ook als je op een flatje woont, moet je de oefeningen kunnen doen. 

Fit blijven tijdens de lockdown

Hoe beleven ouders de lockdown met thuisonderwijs en in beweging blijven? Robert Kienstra, vader van Robbie (11) en Thijs (8), is zelf in een warm en actief gezin grootgebracht. Dat komt in deze Coronatijd zeer goed van pas. Robert vertelt: ‘Van mijn ouders heb ik geleerd hoe je van niets íets kunt maken. Wij gaan dus niet even wandelen of even fietsen. Nee, wij gaan altijd op avontuur! Kijk, dan klinkt het voor de kinderen natuurlijk al veel aantrekkelijker om er op uit te gaan.’
Zoals zoveel ouders zijn ook Robert en zijn vrouw Petra tijdens de lockdown gewoon aan het werk. Hoe combineren ze dat met huiswerkbegeleiding van de kids? Robert: ‘Petra heeft niet een volledige baan en flexibele uren, zodat onze kinderen de aandacht krijgen die ze nodig hebben.’
Het gezin van Robert Kienstra kreeg in december zelf Corona en ging in quarantaine. Thuiszitten dus. Niets voor Robert en zijn actieve jongens…. ‘Maar toen we weer beter waren, hebben we de gezonde zeelucht opgezocht. Op Ameland is ruimte genoeg, we weten de plaatsen op te zoeken waar je niemand tegenkomt. Zo zijn we, toen we weer beter waren, met elkaar gaan sleerijden van de duinen!’
De kinderen van Robert en Petra zijn graag buiten en absoluut geen ‘stilzitters’. Robbie en Thijs moeten wat ondernemen. Robert: ‘Extreem veel spelen bij vriendjes zit er nu niet in. Je moet toch uitleggen hoe de Corona-spelregels zijn en niet overal naar binnen vliegen. Iedereen leeft momenteel wat in een ‘bubble’. Ze spelen met wat vriendjes uit de straat en we gaan er als gezin lekker op uit, bijvoorbeeld door te snoeken. Ons dagritme is: ’s ochtends huiswerk en na het eten in de middag er op uit. Toen we uit quarantaine kwamen, hoefde ik niet gelijk in de winkel te staan want de kerstvakantie kwam er achteraan. Petra, mijn vrouw werkt zoals gezegd ook. Maar we wisselen elkaar af, zodat we het thuisonderwijs kunnen organiseren en er toch ook met de kinderen op uit kunnen. Zo houden we het leuk.’

Eigenlijk hebben de jongelui het hier op het eiland best goed voor elkaar, lijkt het wel! Blije koppies die veel buiten zijn.

Overgewicht de baas: nieuwe initiatieven

Welke nieuwe projecten worden er momenteel op Ameland opgezet om beweging en gezondheid te stimuleren? In de afgelopen editie van De Amelander stond een artikel over de ontwikkeling dat er een Nationaal sportakkoord ligt. Ook gemeente Ameland zal hier uitvoering aan gaan geven. Het Nijntje-beweegdiploma is zo’n prachtig initiatief voor de allerkleinsten. Maar eveneens voor de oudere jeugd, en jongvolwassenen, zijn er voldoende ideeën om aan fitheid en gezondheid te werken. Het is immers bekend dat fysieke en mentale gezondheid samenhangen. Sportbuurtcoaches Brenda Metz en Martine Kienstra ontwikkelen de eilandbrede programma’s. Dit alles uiteraard in goed overleg met de diverse betrokken partijen: alle basisscholen, Burgemeester Waldaschool, Stichting Sociaal Cultureel Werk Ameland en de gemeente. Zelf kunnen de buurtcoaches uiteraard niet alle lessen verzorgen, daar is het programma te divers en te veelomvattend voor. Hun rol is om de verbinding te leggen tussen de verschillende sportaanbieders op Ameland.

De Krajicek Foundation

Via subsidies van onder andere de Krajicek Foundation worden deze winter meer beweegactiviteiten ontwikkeld. Voor de jongeren onder ons: Richard Krajicek, de oprichter van de Foundation, won in 1996 Wimbledon. Met zijn foundation streeft hij naar gelijke kansen voor alle kinderen om dicht bij huis, in een sociaal veilige omgeving, minimaal 1 uur per dag te bewegen. 270.000 kinderen in Nederland groeien op in armoede, 1 op 12 leeft in een gezin waar niet genoeg geld is voor sport.

Project ‘Jeugd aan Zet’ is momenteel in ontwikkeling. Er is een flyer in de maak die huis-aan-huis en via de scholen verspreid gaat worden. De jeugd op Ameland wordt door dit project uitgedaagd om ‘van de bank te komen’ door o.a. op zoek te gaan naar de vier Amelander voetballen, die verstopt zijn ergens op Ameland. Op basis van beschrijvingen en tips via Facebook, worden ze op een spoor gezet. De prijs? Een tegoedbon die te verzilveren is bij een beweegaanbieder op Ameland.

Wad’n beweging!

Andere projecten die voor tieners worden georganiseerd zijn o.a. een darttoernooi, een snoekwedstrijd en het Gezond Kindermenu 2.0. Drie horecabedrijven hebben zich aangemeld voor het project Gezond Kindermenu 2.0. De jeugd kan aan de slag in de keuken om samen een heerlijk en gezond kindermenu te maken. Ze krijgen ook een horecacoach aangewezen die kan helpen om het menu, dat gemaakt wordt van Amelander producten, samen te stellen. Het winnende menu komt op de kaart van het restaurant van de horecacoach te staan. Hoe cool is dat! Het project wil op deze manier ook graag basisschoolleerlingen linken aan middelbare scholieren.
Ben je minder sportief aangelegd? Dan is deze creatieve opdracht misschien iets voor jou: maak je mooiste jutkunst! Ook dit project wordt beoordeeld door experts, in dit geval Amelander kunstenaars. Ook hiervoor is de prijs een tegoedbon, welke te besteden is voor een beweegactiviteit van Amelander sportaanbieders.

De Wintergames

Binnenkort starten de Wintergames. Zoals gezegd is er subsidie voor gemeentes om sport onder de jeugd te stimuleren. Daarmee kunnen de wintergames worden georganiseerd. Voorwaarde is dat het wordt afgestemd op de doelgroep jeugd van 13-27 jaar. In samenwerking met Ameland Adventure en Beach Ameland wordt Laser gamen, bubblevoetbal, archery tag mogelijk gemaakt voor de groep tieners.

Surf clinics, klimmen en nog veel meer…

In de eerste lockdown heeft Ameland Beach de kids surfclub opgericht. Er werden toen diverse surf clinics gegeven aan de Amelander jeugd. In het voorjaar, als de watertemperatuur weer wat vriendelijke wordt, krijgt dit een vervolg.
Ameland Beach zorgde tijdens de eerste lockdown, toen de sportverenigingen eveneens gesloten waren klimmen, paintballen en boogschieten voor de Amelander jeugd. Via posters, Facebook en Instagram werd bekendheid gegeven aan deze middagen en de opkomst was goed. Alle bovengenoemde buitenspellen konden Coronaproof uitgevoerd worden.
Esther Nobel, vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding op de Burgemeester Waldaschool daagt de leerlingen uit tijdens deze winter-lockdown met verschillende challenges. Ze mogen kiezen uit touwtjespringen, jongleren, opdrukken, hardlopen, fietsen of de handstand. En het werkt! Je ziet dat de jongelui wordt gestimuleerd om het sporten weer op te pakken.

Laten we er met zijn allen een sportief jaar van maken! Meer weten over bovengenoemde activiteiten? Kijk dan op de toegevoegde flyer van Wad’n beweging en volg op social media Sport op Ameland.

aa010564-af3e-46d7-a9e8-445382e02779
358aa2a7-5fba-40c5-80bf-f21c29b87cff
Op avontuur: sleetje rijden op het strand.
Robbie (r.) en Thijs Kienstra (l.) zijn geen stilzitters.
Ameland Adventure en Outdoor Ameland organiseren leuke activiteiten voor kids in Coronatijd.


Ooit ging hij als zeventienjarige met een ploegje knapen naar Terschelling. Ze kwamen er op zaterdag aan, maar op maandag al nam Jan een rigoureuze beslissing. Hij wist dat zijn ouders op Ameland op vakantie waren en verliet Terschelling. Met een tweetal andere maten stapte hij op de veerboot naar Harlingen, nam de trein naar Leeuwarden en vervolgens de bus en boot naar Ameland. Hoe komt het dat een man gedurende zijn hele leven, als kind, tiener, jonge vader en oudere man zo hield van een eiland? Op Terschelling zou hij niet terugkeren.

De eerste vakantie na de oorlog

Jan Blaak vertelt: ‘Net na de oorlog werd ik geboren op 29 juni 1945. Mijn vader had een boot- en sloepbouwerij in Hoogezand. In de periode die hieraan vooraf ging, de oorlogsperiode, had mijn moeder een enorm verlies geleden, haar broer was samen met een andere verzetsstrijder in 1944 doodgeschoten door de Duitsers, hij was pas 22 jaar. Mijn moeder had het er zó moeilijk mee en mijn vader maakte zich zorgen om haar. Hij deelde zijn zorgen met een klant, de heer Schuiling uit Sint Annaparochie, die een sloep bij hem liet bouwen. ‘Ie mouten er ’s uut, Blaak’, zei Schuiling op sien Grunnings. ‘Woar mot’n we heen?’ vroeg mijn vader zich af. ‘Deer surg ik wel voor’, moet Schuiling gezegd hebben. Een aantal maanden later deed Schuiling een voorstel: een vakantie bij de familie Piet en Nel Boelens. Dat is op Ameland, vertelde hij erbij. Zo hebben wij de familie Boelens leren kennen. We werden op 29 juni 1946, op mijn eerste verjaardag, opgehaald door een taxi van Bierma uit Holwerd. Een grote zwarte slee met Bierma zelf als chauffeur kwam voorrijden. We reden niet onmiddellijk door naar de boot, maar Bierma bracht ons eerst bij Hotel ‘De Klok’ in Holwerd, voor een kopje koffie voor mijn ouders en limonade voor de kinderen. Na een uurtje kwam Bierma ons weer ophalen en bracht ons bij de veerboot Waddenzee van Kapitein Henny Keijer. Piet en Nel Boelens zijn in mei 1946 getrouwd en hadden nog geen kinderen, later in 1947 werd hun oudste zoon Tiemen geboren. We bleven een maand, dat wil zeggen, mijn moeder en de kinderen. Mijn vader ging regelmatig terug naar het bedrijf.’

Bij kapitein Keijer in het stuurhuis

‘Toen ik een jaar of vier was zijn we eens afgereisd in Bierma’s taxi terwijl ik ziek was, ik had geelzucht. Mijn moeder was bezorgd, kon dat wel? Reizen met een ziek kind? Maar we kregen toestemming van de huisarts. Toen ze met mij bij de boot stond met allemaal wachtenden nog voor ons, vroeg ze zenuwachtig aan een van de politieagenten of ze niet voorbij de rij wachtenden aan boord kon met mij. De agent nam geen halve maatregelen; hij schreeuwde naar de verderop staande collega: ‘Deze vrouw is ziek, ze moet naar de boot’. We kwamen samen in de stuurhut terecht van kapitein Keijer, mijn moeder op een stoel, ik op een halfhoge kast waardoor ik naar buiten kon kijken. Ik ben het nooit vergeten, halverwege de reis zei Keijer: ‘Jan, moste ’s even achterom kieken: daor hangt een bootie, die het dien pa maokt’. En inderdaad daar zag ik een reddingsbootje, een sloep gemaakt door mijn vader.’

Jammer genoeg weg bij de molen

‘Een paar jaar later kwamen ook vrienden van mijn ouders op het eiland. Met hen deden we uitstapjes. Zo herinner ik me ons uitstapje naar de vuurtoren in Hollum. Jacob Wagenaar kwam voorrijden in zijn busje met de gordijntjes. Snorreman noemden wij hem vanwege zijn prachtige snor. Samen met de familie Woldhuis waren we met meerdere kinderen van dezelfde leeftijd. Op deze uitstap ontdekten we dat Ameland veel en veel groter was dan ons speelterrein rond het huis van de familie Boelens in Nes en het strand, de zee en het bos. We vertrokken in de ochtend en rond een uur of vier/half vijf bracht Wagenaar ons via Ballum weer terug. Toen we uitstapten zei mijn vader: ‘Wagenaar en ik hebben een probleem’. Het bleek dat mijn vader zijn stok had laten staan in de vuurtoren. ‘Is het nait aanders’, vroeg Wagenaar, ‘alles komt goed’. En inderdaad, een paar uur later stond de stok van Blaak weer geparkeerd bij de Molenweg 148 in Nes. Mijn vader en Wagenaar zijn er een borreltje op gaan drinken bij Hotel de Jong. In 1954 was het gezin Boelens gegroeid tot vader en moeder en tien kinderen. ‘Ons gezin wordt te groot, u moet eens kijken of u iets anders kunt vinden’, vertelde Nel. Het was jammer, we waren er bijna tien jaar geweest, in het voorste gedeelte van de boerderij, bij de molen.’

Naar de Scheltema’s aan de Reeweg

‘In 1955 was de laatste vakantie bij Piet en Nel Boelens. Mijn vader heeft in het voorjaar van 1956 gebeld met Heere Scheltema. Hij deelde hem mee dat hij het linker gedeelte van de dubbele woning aan de Reeweg van zijn schoonzus Neeltje Scheltema-de Grauw kon huren. Hij moet het hebben besproken met Heere Scheltema, de eigenaar van Hotel Scheltema. Mijn vader kwam er vaak als wij op het strand waren om te spelen, wij als kinderen keken ’s avonds vaak door het raam naar het dansen en de muziek. Gedurende de zomer woonden de Scheltema’s in het hotel, maar ze hadden een dubbel huis in Nes aan de Reeweg. Daar lag de oplossing: eerst woonden we ’s zomers in het linker gedeelte, de woning van Scheltema’s schoonzus Neeltje de Grauw en na een jaar of twee mochten we wonen in Scheltema’s eigen huis, het rechter gedeelte. Zelf was de familie immers toch in het hotel. Het waren gouden jaren voor mij. Ik was al wat ouder en trok er alleen op uit. De weg in het bos, alle paadjes kende ik, als mijn ouders eens meegingen vroegen ze me: waar moeten we heen, Jan. In die tijd gingen we met mijn twee oudere broers en mijn zus, samen met andere kinderen, al met al zo’n tien personen lopend naar het Oerd. We begonnen op het strand en staken bij paal 21 over. Dan gingen we eerst de donkere bunker in, die toen nog toegankelijk was. We bekeken alles en klommen door de pijp heen naar boven. De terugweg kozen we langs het wad. Aan het eind van de middag kwamen we weer thuis aan, waar mijn moeder een grote pan eten voor ons op tafel zette. Ik denk dat ik in die jaren waarin we aan de Reeweg in Nes woonden, Ameland als mijn eiland ging beschouwen. We hadden zo’n plezier, de vakanties waren de mooiste herinneringen uit mijn jeugd.’

Het pension van Epke van der Geest en een speciale ontmoeting in 1970

‘In 1966/1967 kwam Heere Scheltema helaas te overlijden. Toch woonden we nog tot 1970 in het huis aan de Reeweg, maar er kwam een einde aan. Mevrouw Scheltema zette eerst met haar dochter Margot en zoon Jan het hotel voort. Ze had een eerste kelner, Dick Metz, die ze woonruimte gedurende het hele jaar wilde aanbieden. Mijn vader sprak erover met Epke van der Geest, wethouder en strandwachter. Voor die tijd was hij jarenlang samen met Anne Olivier beurtschipper geweest op het wad met het schip de Friesland. Zelfs had hij een veerdienst gerund: Ballumerbocht – Zwarte Haan. Die bood ons aan om in 1971 in zijn pension te wonen. Gelukkig maar, we zouden in dat jaar immers vieren dat we 25 jaar naar Ameland gingen.

Van der Geest was enorm geïnteresseerd in de Amelander geschiedenis. Hij reisde vaak naar Tresoar in Leeuwarden om te zoeken in archieven. Die interesse sloeg over op mij, ik beschouw het als een groeiproces, groeiende interesse in de Amelander geschiedenis en de omgang met Epke van der Geest was een bouwsteen in het proces. Maar er was een andere ontmoeting is 1970, die mijn leven voor altijd zou veranderen. Ik ontmoette Henriëtte in de maand april, net na Pasen. In de zomer verbleef ze bij ons nog in het huis van de Scheltema’s. Op 8 augustus 1970 zijn we op de Kaapsduun van Nes verloofd, er stond daar eertijds een bankje en daar was het dat we onze ringen uit het doosje hebben gehaald en aan elkaars vinger hebben geschoven. Met de boot van half vijf zijn we weer terug gegaan naar de vaste wal. ’s Avonds was er een feestje voor ons georganiseerd bij Henriëttes ouders. Maar het jaar 1970 had nog meer goeds voor ons in petto. In september raadde een neef mij aan om me te laten inschrijven bij de woningstichting. Het zou zo kunnen zijn dat je jaren ingeschreven moest staan om in aanmerking te komen voor een huurwoning. Maar al half oktober hoorden we dat er een vrijwel nieuwe flat voor ons beschikbaar was… ‘Zeg het maar’, zei ik tegen Henriëtte. Zo kwam het dat we elkaar leerden kennen, ons verloofden en trouwden in 1970: op 9 december gaven we elkaar ons ja-woord. Op die dag is mijn vrouw met mij getrouwd maar ook met Ameland… Eigenlijk hadden we op 2 december willen trouwen en dan bij Hotel de Jong logeren. Dan hadden we een geweldige kans om het Sunneklaasfeest mee te maken. Mijn vader, toen nog wethouder van Hoogezand – Sappemeer had echter een belangrijke vergadering dus werd onze trouwdag verschoven naar 9 december. Het bekijken van het Sunneklaasfeest hebben we een jaar later nog ingehaald.’

Naar Duinoord

‘In 1971 ben ik naar Tjeerd Kooiker gegaan. Op mijn vraag of er een tent voor ons beschikbaar zou kunnen zijn, antwoordde Tjeerd: het komt wel goed. We kwamen in tent Kampvreugd, gedurende drie jaar vierden we daar vakantie. Zo zou het ook gaan in 1972, onze dochter Saskia was nog geen jaar. Op de bewuste vrijdag 11 augustus zouden mijn schoonouders een dagje komen. Bij aankomst in Holwerd zagen zij boven het eiland een diepzwarte lucht. Het bleek dat boven Duinoord een fatale windhoos had gewaaid, het was een rampgebied, wat ze bij aankomst aantroffen. Toch kampeerden we tot 1975. Inmiddels was in 1973 onze Andries geboren. In 1974 heb ik Tjeerd Kooiker gevraagd of er ruimte was op Duinoord voor een caravan. In februari 1975 kregen we bericht van Tjeerd: ‘Kom maar met je caravan’. We hebben er jaren gestaan, zelfs toen ik ziek werd. Mijn schoonvader hielp me nadat ik ME (een nog steeds onbegrepen ziekte, die chronische vermoeidheid veroorzaakt) had gekregen in 1989. Tot mijn schoonvader overleed in 1995. Vanaf die tijd komen we jaarlijks bij Dirk en Ida van der Geest. Dirk zei me: ‘Boven staat een kamer leeg, je kunt komen wanneer je wilt. Om zes uur is het eten klaar – als je er niet bent, heb je pech gehad.’

Duizenden postkaarten

‘Het was in de tijd van mijn eerste baantje. Op de veerschepen, die toen voeren: de Johan Willem Friso, de Willem IV, de Anna en de Maria Louise was het verboden de koffers mee naar binnen te nemen. Die werden buiten tegen de wand van de salons gezet. Een van die jonge mannen, die zich daarmee bezig hield was ik. Ik kreeg te maken met een heel recalcitrante mevrouw, die er op stond om haar grote tas mee naar binnen te nemen. Ik ging in discussie: ‘Mevrouw, dat is verboden’. Toen schoot Kapitein Keyer me twaalf jaar na de eerste keer weer te hulp: ‘Mevrouw, wilt u even naar deze man luisteren?’ en ze gaf toe. De koffer kwam tegen de salonwand. In die tijd verzamelde ik ansichtkaarten. Ik weet nog dat ik rond mijn twintigste dacht: ik heb nu 150 kaarten, dat zal het wel wezen, maar ik vergiste me. Ik zou tot 6.000 ansichtkaarten verzamelen, onder andere op beurzen, allemaal van Ameland. Ik kocht ook ieder boek over Ameland, wat ik kon bemachtigen, ik heb er zo’n 400, waaronder een aantal heel oude exemplaren. Maar in de tijd dat we ieder jaar woonden aan de Reeweg, in hartje Nes, sprak ik ook veel mensen: Walraven Hofker bijvoorbeeld, Gabe en Heere Scheltema, Jan de Jong van Hotel de Jong maar ook Epke van der Geest en Joop Steinvoorte bleef ik zien, Cor Gransbergen, Dokter Straatsma en Ben Edes. Nog eens die verbinding met het eiland was een groeiproces, je komt er alle jaren weer, je geniet er alle jaren weer. De mensen vertelden me de verhalen over vroeger tijden, maar ook het dagelijks leven. De combinatie van het lezen van de boeken en het aanhoren van de gesproken verhalen maakte me nieuwsgierig, Epke van der Geest kon dan opeens met feiten uit archieven aankomen, zodat alles op zijn plaats viel. Daarnaast ging ik met mijn vader naar Ouwe Pôlle-avonden. Eerst nam hij mij mee, later was het andersom. Een andere hobby was fotograferen: ik kocht mijn eerste fototoestel, een Zenith in Den Haag in 1963 aan het begin van mijn marinetijd. Later schafte ik ook alles aan wat nodig was voor ontwikkelen en afdrukken, ik had een complete donkere kamer. Ik was er 600-700 gulden voor kwijt. Ik was van plan daar een brommer van te kopen: een Puch, maar koos toch voor de fotografie. Nog altijd heb ik op al mijn fietstochten een fototoestel om mijn nek hangen als ik fiets over de dijk naar Delfzijl, richting Eemshaven.’

Uitgave van een tiental boeken

‘In 1982 kwam mijn eerste boek uit: ‘Ameland, historisch geschetst’. Het zijn de herinneringen van de Amelander Jacob Visser. Zijn zoon woonde lange tijd in Appingedam en vertelde me van het dagboek dat zijn vader had bijgehouden. Samen hebben we dat bewerkt. De foto’s in het boek vertellen het leven van Jacob Visser en zijn vrouw Aaltje van Til, de gemoedelijkheid van het eiland, de bijzondere gezegdes en woorden, de sprookjes en het bijgeloof, maar ook over het dagelijks leven van de varensman, die Jacob Visser was en later zijn leven als loods.
Het tweede boek wat uitkwam was ‘Nostalgisch gezicht Ameland’ in 1984. Beide boeken werden uitgegeven door uitgeverij Noorderboek, die ook de drie volgende boeken uitgaf: ‘Ameland, zo is Nes’ in 1986, ‘Ameland, zo is Ballum’ in 1987 en in datzelfde jaar kwam ook ‘Ameland, zo is Hollum’ uit. Hier kwam mijn jarenlang beoefende hobby van de fotografie van pas. Jetta Klaassen-van den Brink sprak historische, profetische woorden bij het uitkomen van deze boeken: ‘over twintig jaar is alles veranderd!’ En ze kreeg gelijk.

Ook in 1987 kwam ‘Ameland, badleven en kamperen op Duinoord’ uit, gevolgd door ‘Het Reddingwezen op Ameland’, met een eerste druk in 1987, een tweede druk in 1992 en een derde druk in 2005. Al met al werden hiervan 5.000 boekjes verkocht en dat maakt me best trots! In dit boek worden alle reddingen beschreven waarbij de reddingboten van Hollum en Nes in actie kwamen van 1824 tot 1987.

In het jaar 1990 kwam ‘100 jaar erf- en vrijvrouwe van Ameland’ uit. In dit boek wordt de historische band beschreven van het Oranjehuis met Ameland, 1990 was het jaar waarin herdacht werd dat 100 jaar eerder, in 1890, het prinsesje Wilhelmina van toen tien jaar oud haar vader Koning Willem III opvolgde als koningin van Nederland en dus ook vrijvrouwe van Ameland werd.

‘De geschiedenis van de Koningin Wilhelminaschool op Ameland’ was een volgende uitgave en in 1992 bracht Stichting de Paardenreddingboot het wat beknoptere boekje ‘Ameland, van Jutter tot Redder’ uit. Het is een uitgave speciaal voor scholen, maar ook dit boekje werd weer goed verkocht. Voor de tweede druk heb ik het boekje nog wat aangepast en enige verbeteringen aangebracht. Samen met Sipke de Wind schreef ik ‘Ameland Sperrgebiet’, wat de oorlog 1940-1945 beschrijft op Ameland.

Het daaropvolgende boek ‘Genealogie van de familie Scheltema’ heeft alles te maken met het feit dat we jarenlang gebruik mochten maken van hun familiehuis. Een van de mooiste herinneringen is voor mij de reünie van 125 Scheltema’s in het hotel van mevrouw Biesheuvel-Wagenaar, die plaats vond in 1990. Na enig sneupwerk had ik hun voorvader gevonden, die als eerste vanuit Harlingen naar Ameland was gekomen: de chirurgijn Jan Scheltema.

Met veel genoegen denk ik ook terug aan de neven- en nichtendag van de Familie van Heeckeren, waarbij we het Freulehuus bezochten, het huis waar de burgemeesters van Heeckeren woonden. In de 19e eeuw waren ze voor een korte periode kasteelheer en grietman op het Slot in Ballum en daarna in drie generaties burgemeester van Ameland.
Tot slot werd in 2010 ‘Ameland, veranderd gezicht’ uitgegeven in 2010. Er kwam een tweede druk in 2011 en een derde druk in 2014.’

Nawoord Joke Mosterman: in deze coronatijd was het niet mogelijk om Jan Blaak te gaan opzoeken in Appingedam. Daarom deden we dit interview in een vijftal telefonische gesprekken rond koffietijd. Ik denk niet dat er veel eilandgasten zijn, die zó dit eiland trouw zijn gebleven en er zoveel voor hebben gedaan. Jan Blaak heeft in de ruim tien boeken, die hij schreef over Ameland de geschiedenis van het eiland kunnen vastleggen. Niet alleen zomaar de geschiedenis maar ook vertaalde hij de gevoelens van de inwoners voor hun eiland. En dan te bedenken dat dit allemaal niet was gebeurd als hij als zeventienjarige toch zijn hart had verloren aan Terschelling….

Ambla-32
Blaak-1946
-Jan0aa001
25-jaar-Ameland-12
Ambla-6
25---a
122
zomer-19477
12
DSC04122


De kleine Afie de Boer (ze was vier) is een van de twee burgerslachtoffers die vielen op Ameland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een vliegtuigbom op haar ouderlijk huis werd haar fataal. Het zorgde voor een levenslang trauma dat haar familie nog altijd niet te boven is.

In de zomer van 1940 was de Tweede Wereldoorlog op Ameland pas net begonnen. Een paar maanden eerder waren Duitse soldaten naar het eiland gekomen om Ameland te bezetten. Dat was vooral omdat Ameland langs de Atlantikwall lag, een belangrijke verdedigingslinie voor de Duitsers. Langs de kust verschenen bunkers, prikkeldraad en afweergeschut. Op het eiland zelf werd niet gevochten en het dagelijks leven kon er grotendeels doorgaan. Al was de spanning natuurlijk voelbaar, vooral ook omdat vele Amelander mannen op zee zaten. De Duitse soldaten stonden eerst en vooral met de rug naar het eiland, turend over de Noordzee.

In de nacht van 20 op 21 september liggen Rinske de Boer-Roep en haar dochters Afie (4) en Anke (6) te slapen in hun woning aan de Burenlaan 35 in Hollum. Vader Jan de Boer is in Amsterdam, voor zaken. Jan en Rinske hadden een winkel en een werkplaats aan huis. Ze verkochten er huishoudelijke artikelen en hadden een rijwielhandel. Jan maakte ook ansichtkaarten en was fotograaf. Later zou de zaak van Jan de Boer uitgroeien tot garage- en installatiebedrijf. Iets na middernacht klinkt plots het geronk van een laag overvliegend vliegtuig over het dorp, gevolgd door een enorme dreun.

Wim de Boer (geen familie) alias Wim Post, dan zeventien jaar, die even verderop in het dorp ligt te slapen, wordt er wakker van. Hij springt uit bed, trekt zijn kleren aan en gaat naar buiten op het rumoer af. Het halve dorp is dan al in touw en heeft zich verzameld rond de verwoeste woning aan de Burenlaan. Boven alles uit klinkt het vreselijke gehuil van moeder Rinske. Ze huilt om haar vierjarige dochter Afie, die dood onder de pioenroos naast het huis ligt. De benen van Rinske de Boer zijn door de klap van de vliegtuigbom in de metalen spiraal van het bed geslagen. Ze is zwaargewond, ook al zal er in het latere Kriegstagebuch van de Kapitän zur See Goette gesproken worden van 1 Frau leicht verletzt. Onder het puin van het huis ligt ook haar oudste dochter Anke. En ook al is zij zwaar gewond: Anke probeert eigenhandig zware brokstukken opzij te duwen om zich een weg naar de vrijheid te graven.

Gespannen sfeer

Een man, Douwe Roep, staat te schreeuwen. Vanwege wat hij aangetroffen heeft, en omdat niemand iets doet. Hij is de broer van Rinske en woont dan aan de Molenweg. Hij had gehoord dat er een bom op het huis van zijn zus was gevallen en is er direct naartoe gekomen. ‘Hou je mond’, wordt hem toegesist, ‘anders komen de Duitsers en krijg je de kogel.’ Maar er gebeurt niets. Er klinkt geen luchtalarm, en ook de kerkklokken zwijgen: die mogen niet luiden vanwege de spertijd. De sfeer in het dorp was toen al weken beladen en gespannen. Veel Amelander mannen waren op zee gelegerd en een aantal van hen was al omgekomen.

Als Wim Post bij het huis aankomt is Anke al onder het puin vandaan. Post ziet het meisje in de armen van de overbuurvrouw, Hieke Visser. De nachtjapon van de buurvrouw is donkerrood van Ankes bloed: er is een flink deel van haar onderrug en been weggeslagen. Het lichaam van de kleine Afie is dan al naar een huis aan de overkant van de straat gebracht, bij Gooi van der Meij. Daar ligt ze onder een laken in de gang. Anke wordt naar Zuster Hofman gebracht, die schuin tegenover hen woont. Zuster Hofman was sinds 1925 de wijkzuster en vroedvrouw in Hollum en had een goede band met Jan en Rinske.

Dokter Poortenaar, ook zeer snel ter plaatse, moest de voeten van Rinske uit de bedspiraal knippen en plukken. Ze moest met grote spoed naar het ziekenhuis om de schade te beperken. Wim Post en een dorpsgenoot leggen Rinske de Boer op een ladder bij gebrek aan een brancard en brengen haar naar haar moeder. Een wandeling van ruim een halve kilometer, extra zwaar door het gewicht dat ze onhandig mee moeten torsen. Emotioneel ook, Post heeft een brok in de keel van de vrouw die maar om haar dochter en haar eigen pijn blijft huilen. Als ze eenmaal bij het huis van haar moeder zijn, weet ook die al van de dood van haar kleindochter. Het lichaam van de kleine Afie wordt later ook naar dit huis gebracht.

Spertijd

Omdat er vervoer naar Leeuwarden was geregeld moet Anke ook maar mee. Ook al schat Poortenaar haar overlevingskansen niet hoog in; ze had al te veel bloed verloren. Dorpsgenoot Klaas Bakker, chauffeur, wordt ingeschakeld voor het vervoer naar het ziekenhuis. Tijdens de rit naar de steiger in Nes moet hij de koplampen afschermen. Anders zou de auto weleens beschoten kunnen worden. Bij aankomst in Nes ligt de boot klaar voor vertrek, en omdat het hoog water is kan er meteen worden gevaren – in die tijd voeren de boten nog op tij. Net als de autorit van Hollum naar Nes is ook de nachtelijke boottocht vol risico’s vanwege de spertijd.

Een paar uur later gaat in Amsterdam de telefoon bij de familie Korver. Het zijn de buren van Aafke IJnsen-Roep en haar man Tjip IJnsen, zus en zwager van Rinske waar vader Jan logeert. Zuster Hofman belt vanaf Ameland, Aafke en Tjip hebben geen telefoon. Vader Jan de Boer hoort het nieuws van zijn gezin en vertrekt meteen richting Leeuwarden, samen met ome Tjip en tante Aafke in de auto van buurman Korver. Daarmee negeren ze de avondklok, en dus wordt hun auto op de Afsluitdijk door de Duitsers beschoten. De kogels missen doel, een wonder.

In het ziekenhuis in Leeuwarden wordt Jan de Boer herenigd met zijn gezin. Rinske is dan nog in de operatiekamer, maar hij hoort Anke om haar moeder roepen. ‘Moe, moe, mammie!’ Daar gaat hij op af. Dokters proberen Jan nog tegen te houden vanwege de kwetsbare staat waarin zijn dochter verkeert. ‘Niks mee te maken, dat is mijn dochter’, reageert Jan, die zich niet laat weerhouden. Dan hoort Anke de stem van haar vader en verzucht: ‘Mijn pappie’. Op dat moment krijgt Anke de benodigde bloedtransfusies zodat ze geopereerd kan worden, waaraan ze een fors litteken op haar linkerarm zou overhouden. Zonder extra bloed is de operatie te risicovol. Maar Jan laat zich niet tegenhouden. Eenmaal terug op Ameland wil hij ook zijn andere dochter graag zien. Het wordt hem afgeraden, maar ook daarin weet men hem niet te stoppen. Dat Anke het heeft overleefd, heeft ze volgens Rinske te danken aan haar gezondheid en strijdlust.

Duits vliegtuig

De dag na het bombardement begint de herbouw van het huis al. Eerst moet alles worden opgeruimd. Het puin wordt bij de boerderij van Douwe en Sientje Roep neergelegd; er is geen heel kopje of pannetje meer te vinden. Uit het puin trekt een van de werkers een scherf van de vliegtuigbom omhoog. Karlsruhe staat erop. Het was dus een Duits vliegtuig, concludeert men. Het zou een aangeschoten Duits vliegtuig zijn geweest, dat lading had laten vallen in de hoop Duitsland nog te kunnen halen. Dat mislukte: het gevaarte stortte in de Noordzee. Het vliegtuig, achterna gezeten door Britse jagers, had zeven bommen op Hollum laten vallen. Dat de Duitsers met de kwestie in hun maag zaten, bleek wel uit het feit dat ze graag Afies begrafenis wilden bijwonen. Het mocht, bepaalden de ouders na rijp beraad met dokter Poortenaar. Ze mochten komen, maar wel achteraan in stilte, en ze mochten geen bloemen meebrengen. Ze wilden saluutschoten brengen, maar dat heeft meester De Bruin weten te verhinderen. De Bruin was het hoofd van de openbare lagere school in Hollum en een goede vriend van Jan en Rinske.

Toch is er tot op de dag van vandaag bij sommigen twijfel over de nationaliteit van het vliegtuig. Het Kriegstagebuch van Kapitän zur See Goette meldt een actie van ‘engl. Fliegers’. Dat document komt naar boven nadat de Leeuwarder Courant een onderzoeker in het Militärarchiv laat spitten. Daarin wordt in de nacht 20 op 21 september 1940 een ‘Bombenabwurf eines engl. (englischen) Fliegers’ vermeld. Een vervolgonderzoek in de British Military Archives in Londen levert geen duidelijke conclusie op. Hoe betrouwbaar is de Duitse informatie? Onder welke omstandigheden schreef men deze informatie destijds op? Wilden de Duitsers de geschiedenis bewust verdraaien?

De burgemeester, Johan Bolomeij, schreef in de dagen erna een brief aan de Commissaris der Koningin in Leeuwarden, de omstreden Pieter Albert Vincent Harinxma - thoe Slooten, dat het een Engels vliegtuig was geweest. Vermoedelijk om de Duitsers te behagen, of zelfs in opdracht van de bezetter. Niet onwaarschijnlijk, melden meerdere (amateur-)historici die de Leeuwarder Courant raadpleegt. Die misinformatie had het gewenste effect; het werd overgenomen door alle media, waardoor nu, tachtig jaar na dato, nóg altijd met enige regelmaat gesteld wordt dat het een Engels vliegtuig was dat de familie De Boer in rouw dompelde. Maar de bomscherf met daarop Karlsruhe, en de schuldbewuste houding van de Duitsers in de periode na het bombardement spreken boekdelen, weet de familie. Ook vlogen de Engelsen pas vanaf 1942 met bommen over de Waddeneilanden, blijkt uit onderzoek.

Hart en ziel

De wederopbouw van het pand duurde een dik half jaar. Moeder Rinske en Anke lagen tot half november en eind november in het ziekenhuis. Daar kreeg Anke nog bezoek van Sinterklaas en Zwarte Piet. Haar beide opa’s, inmiddels gepensioneerde zeelui, zetten alle zeilen bij om de bouw aan te sturen en te zorgen dat alles tot in de puntjes verzorgd verliep. De drie Hollumer aannemers, Lublink, De Vries en Faber, hebben gezamenlijk het werk gedaan en de opa’s werkten met hart en ziel mee waar nodig. In juni 1941 kon het nieuwe pand worden bewoond. Verhuizen was geen optie voor Jan en Rinske de Boer. Hun hele bestaan, hun levensonderhoud, hun gezinsleven, alles gebeurde op die plek aan de Burenlaan. Tijdens de herbouw woonden ze in het huis van Sientje en Harmen, de zus van Jan en haar man, aan de Zuiderlaan. Toen het huis klaar was, kwam er tot 1951 een zestienjarig nichtje uit Amsterdam in huis om de familie te helpen. Dat was Afie Kanger.

Schuldgevoel

Vader Jan de Boer hield aan het drama een levenslang schuldgevoel over. ‘Ik heb ze in de steek gelaten’, zei hij op zijn sterfbed. Maar ook: ‘Ik ga nu weer naar onze andere Afie hoor’. Schuldgevoel of niet: doordat hij aan de ramp ontkwam kon hij zaken regelen en orde op zaken stellen, benadrukte Rinske waar ze kon. Een wrang geluk bij een ongeluk.

In de jaren na de ramp praatten Jan en Rinske er niet zoveel over in het bijzijn van de kinderen en anderen. Als ze het erover hadden, memoreren hun kinderen nu, ‘dan vooral zonder woorden’. Ze waren elkaars steun en toeverlaat, voelden elkaar haarfijn aan. Het paar zou later nog drie kinderen krijgen. Het eerste meisje werd wederom Afie genoemd. Nóg een Afie. ‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iemand moest vervangen’, zegt zij nu. ‘Andere Afie’ is altijd een deel van het gezin geweest. Het grote leed thuis was nooit een taboe, zegt Afie. ‘Alles was bespreekbaar, maar sommige dingen werden niet besproken. Doodgezwegen is het nooit.’

Toen Piet, die Afie later zou trouwen, voor het eerst bij de familie thuis kwam zag hij een foto van het overleden naamgenootje van zijn vrouw aan de muur. ‘Er was een meisje, en die is in de oorlog omgekomen. Meer hoorde ik eerst niet.’ Al was Jan een betere prater dan zijn vrouw, hij was vaak te emotioneel. Rinske was introvert en bewaarde de rust. Lawaai in de lucht bleef evenwel oude wonden openhalen. Thuis moesten, als het ’s nachts eens onweerde, alle kinderen met matras en al naar beneden komen om bij Jan en Rinske op de slaapkamer te slapen. Dit duurde tot ver na de oorlog.

Nog meer pijn

In het gezin heerste een sfeer van doorpakken en rug recht. Moeder Rinske heeft altijd op maat gemaakte schoenen gedragen die nóg veel pijn deden, en toch bleef ze in de winkel werken. Wel kreeg de familie na 1978 hulp van een speciaal fonds voor oorlogsslachtoffers. Daarvoor moest het trauma eerst wel worden herbeleefd. Dat jaar kreeg Rinske té veel last van haar voeten, waardoor ze niet meer kon slapen. Even was er sprake van dat haar voet eraf zou moeten, uiteindelijk bleef het bij één teen. Het ziekenhuisbezoek, het snijden in haar voeten: het maakte dat Rinske de gebeurtenissen van de septembernacht van 1940 in volle hevigheid herbeleefde. Rinske de Boer zou haar hele leven last houden van haar benen, die door de vliegtuigbom onherstelbaar beschadigd raakten. Ze ging er verkeerd door lopen, en versleet daarmee haar rugwervels. Nog meer pijn, nog meer operaties.

De Stichting 1940-1945 en WUBO (Wet Uitkeringen Burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945), de latere Stichting Burgeroorlogsgetroffenen (SBO), konden daarna wel zorgen voor nieuwe aangepaste schoenen, huishoudelijke hulp en vrijstelling van wegenbelasting.
Wat ook niet meehielp, was dat dokter Poortenaar destijds bizar genoeg heeft opgetekend dat Rinske geen blijvend letsel had opgelopen. Terwijl hij zelf de metalen springveren uit haar vlees had moeten peuteren. Dat is pas in 1980 door Afie rechtgezet, zodat bovengenoemde hulp wel kon doorgaan. Het kostte Afie erg veel tijd en strijd met de betrokken instanties, waardoor wederom het een en ander werd herbeleefd.
Ook dochter Anke kreeg op een zeker moment rugproblemen. ‘Dat zou weleens door de bom kunnen komen’, zei ze dan. Nogal wiedes, dacht de familie.
Toen Jan de Boer op 10 maart 1986 overleed en Rinskes ogen droog bleven zei ze tegen haar kinderen: ‘Myn tranen binne allang op.’

In shock

Sinds 21 september 1940 heeft Anke eigenlijk nooit meer rustig geslapen. Altijd alert en op wacht. Bij nachtelijk onweer liep ze door het huis, met alle lichten aan. Met het klimmen der jaren zijn de paniek- en angstreacties op harde geluiden van bijvoorbeeld onweer en straaljagers alleen maar toegenomen, en de flashbacks heviger geworden. Toen bij de oktoberstorm van 2013 de serre bij het huis van Anke en haar man Barend instortte, en balken door het keukenraam sloegen, trof dochter Esther haar moeder in shock aan de keukentafel. Die schok is ze niet meer te boven gekomen. Het lawaai, de puinhoop en de aanblik van de verwoeste serre moeten oude wonden hebben opengehaald.
Het was buurman Baukema van schuin tegenover die in de nazomer van 1940 zag hoe een klein, zwaargewond meisje zich driftig een weg omhoog groef vanonder het puin. In zekere zin probeert Anke de Boer nu, 80 jaar later, nog altijd onder het puin vandaan te komen. Anke hoopt op 12 mei volgend jaar haar 87e verjaardag te vieren. Ieder jaar op 30 april, de geboortedag van Afie, zet ze witte bloemen op het graf van haar overleden zusje. Een traditie die de familie zal doorgeven aan volgende generaties.

Met dank aan de getroffen familie die toestemming gaf tot publicatie van dit tragische verhaal, de Leeuwarder Courant waarin dit artikel eerder verscheen, Tim Fierant, de schrijver van het verhaal en verslaggever van de Leeuwarder Courant voor Noardeast-Fryslân, Dantumadiel en Ameland, en die samen met Jacob S. Roep de research daarvoor deed.

20190716140249
20190716135930
201808111603
201808111600
201807172215
201807172213
201807172084


De Gemeente Ameland heeft op 20 oktober jl. tijdens een bijeenkomst in Ons Hol in Hollum meer informatie prijsgegeven over de plannen omtrent woningbouw op Ameland. In alle vier de dorpen verschijnen de komende jaren meerdere huur- en koopwoningen. De Gemeente Ameland hoopt zo een antwoord te bieden op de grote vraag van eilanders om iets te doen aan de krappe woningmarkt op Ameland. Vooral starters zullen dit project toejuichen.

De Amelander was aanwezig bij de presentatie, die fysiek door twintig genodigden werd bijgewoond. Online waren er op de piek nog eens 140 geïnteresseerde kijkers aanwezig. Dat de avond veel bekijks trok, mocht geen verrassing heten. Een dermate grootschalig project rondom woningbouw vanuit de gemeente is al meer dan veertig jaar geleden. Het is ook hard nodig, want er is op Ameland een groot tekort aan betaalbare woningen voor starters. In dit artikel volgt een beknopte weergave van de ruim twee uur durende presentatie.

Locaties

Als gezegd krijgen dus alle vier de dorpen er woningen bij de komende jaren. Aan de Foppedunenweg in Buren zijn reeds twee bouwkavels verkocht door de Gemeente en in Hollum zijn aannemersbedrijven op de Badweg en Tussendijken drukdoende om de eerste golf huurwoningen te realiseren. In totaal gaat de Gemeente de komende periode op tien locaties op het eiland huur- en koopwoningen opleveren. Op vier van die plekken stelt de gemeente ook bouwkavels beschikbaar voor verkoop. 

De uitgifte van de eerste bouwkavels en koopwoningen moet nog voor het einde van 2020 plaatsvinden. De bestemmingsplannen voor Ballum, Buren en Nes zijn gereed. Wanneer geïnteresseerden zich daarvoor willen inschrijven, moeten zij de Gemeente Ameland Info in de gaten houden. Daarop maakt de gemeente bekend wanneer en hoe mensen zich kunnen aanmelden. Het bestemmingsplan rondom kavels, huur- en koopwoningen aan de Trapweg in Hollum is nog niet gereed. Uitgifte van deze locatie volgt naar verwachting medio 2021.

Prijzen

De Gemeente Ameland heeft in 2018 en 2019 op de verschillende plekken grond aangekocht. Na een aantal procedures is besloten om het uitgegeven bedrag voor de grond bij elkaar op te tellen en dit te verdelen over alle locaties. Hierdoor zijn de prijzen voor de koopwoningen en de bouwkavels in alle dorpen hetzelfde. Aanvankelijk maakte de gemeente onderscheid tussen de bouwkavels, maar dat is de laatste weken grotendeels achterhaald door hertekening van het bestemmingsplan in Ballum. 

In de oorspronkelijke tekeningen voor de Smitteweg in Ballum waren vier bouwkavels ingetekend waarvan de prijs bepaald was op € 260,15 per m². Dit betrof grotere percelen. Mogelijk verandert dit, omdat bij nader inzien bleek dat de gemeente aan de zuidkant van de Smitteweg ook zes-onder-een-kap-koopwoningen kan plaatsen. Dat in plaats van drie grote bouwkavels. Het college heeft hierdoor onlangs besloten om deze grond eerst niet uit te geven. Dat gebeurt in de derde fase tezamen met de Trapweg in Hollum en Binnendieken in Nes. Zo hoopt men begin 2021 beter te kunnen inspelen op de vraag na de tweede fase.

De gemeente draagt er zorg voor dat alle kavels – die de gemeente kosten koper (inclusief 21% BTW en géén overdrachtsbelasting) verkoopt – bouwklaar zijn bij de oplevering. De koopwoningen die de Gemeente Ameland aanbiedt, vallen onder de reguliere kavels. Men betaalt hier de prijs voor de kavel én gaat een aannemersovereenkomst aan met een vooraf door de gemeente geselecteerde aannemer. Deze aannemer bouwt dus het huis. De gemeente moet deze partij nog bekendmaken. In oktober sprak men met zeven partijen.

Spelregels

In principe komt iedere Amelander in aanmerking om zich in te schrijven voor koopwoningen of bouwkavels. Er zijn echter wel een aantal spelregels aan verbonden, waardoor bepaalde groepen voorrang krijgen. De gemeente wil de woningbouw betaalbaar houden – dit benadrukte ze bij de openbaring van de prijzen voor de kavels – en dat heeft een reden. De voorwaarden om de grootste kans te hebben op het bemachtigen van een woning of bouwgrond, zijn zo geschept dat dit in het voordeel spreekt van starters.

Uit onderzoek op het eiland blijkt dat de vraag vanuit die groep het grootst is. Door de stijgende huizenprijzen was het voor hen op z’n zachtst gezegd lastig om de laatste jaren een woning op Ameland te bemachtigen. De gemeente wil hen tegemoetkomen en benadrukt dat het aanbod met gerealiseerde woningen voor eigen inwoners is. Mensen zonder eigen woning hebben hierbij voorrang. Daaronder verstaat de gemeente mensen die nog thuis wonen of die op dit moment een gemeentelijke of particuliere huurwoning bewonen.

De belangrijkste voorwaarden om in aanmerking te komen voor een koopwoning of bouwkavel, is dat je economische of langdurig maatschappelijke binding met Ameland hebt. Op 17 november jl. besliste de gemeenteraad dat ze daar geen onderscheid in maakt. Amelanders die op het eiland wonen en aan de vaste wal werken, hebben even grote kans als eilanders die hier wonen én werken. Daarnaast mag een gezelschap de laatste tien jaar ook geen ander huis of kavel van de gemeente gekocht hebben. Per huishouding mag je één persoon inschrijven als woningzoekende.

Procedure

De gemeente gaat ervanuit dat de belangstelling voor de bouwkavels (circa 27) en koopwoningen (zestien stuks) groter is dan het aanbod. Als gezegd verschijnt de inschrijving op de Gemeente Info. Geïnteresseerden moeten vervolgens voorkeuren voor een kavel doorgeven. Zodra de inschrijving gesloten is, volgt er een openbare loting van de verschillende kavels in het gemeentehuis. Dit gebeurt onder leiding van een notaris, die erop toeziet dat dit eerlijk verloopt. De gemeente houdt bij de loting rekening met de voorkeuren.

Dat laatste is vooral van belang als er sprake is van meerdere belangstelling voor een kavel of koopwoning. De volgorde van loting is al bepaald. De gemeente zal de geïnteresseerden opdelen in twee stapels. De eerste stapel die de gemeente zal loten, is de stapel die bestaat uit starters en huurders; de Amelanders die op dit moment nog geen eigen huis hebben. Mochten er dan nog bouwkavels en/of koopwoningen niet verdeeld zijn, dan begint men met het loten van de tweede stapel: geïnteresseerden die al een eigen huis hebben.

Bij de loting is het zo dat de koopwoning of kavel met de grootste voorkeur als eerste onder de hamer gaat. Daarna volgt de tweede, enzovoort. Wanneer de eerste stapel is weggewerkt of er uit die stapel geen voorkeur is voor een bepaalde locatie, zal men de tweede stapel aanwenden. Als alle kavels zijn verdeeld en er blijven woningzoekenden over, dan volgt er een nieuwe loting voor de reservelijst. Wanneer een ingelote woningzoekende toch moet afzien van de kavel of woning, komt de eerste op de reservelijst daarvoor in aanmerking.

Afzien van een kavel of woning kan wanneer er bijvoorbeeld een financiering niet rondkomt. Mocht de situatie zo zijn dat het aanbod toch groter blijkt dan de vraag of dat er om wat voor reden dan ook percelen overblijven, dan werkt de gemeente met het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Wel blijft het dan zo dat mensen hier een maatschappelijke binding moeten hebben. De koopgrensprijs is leidend. Die stijgt in 2021 zelfs van €450.000 naar ruim €500.000, waardoor mensen van het vasteland buitenspel staan voor dit plan.

Verkoopvoorwaarden

Wanneer een woningzoekende een woning of kavel toegewezen krijgt, hebben ze een week om de algemene verkoopvoorwaarden te accepteren. Na dit hele artikel spreekt het misschien voor zich, maar de gemeente realiseert deze mogelijkheden met de verplichting om er zelf permanent te wonen. Recreatief verhuren mag op Ameland, zolang dit maar een ondergeschikt deel van de woning is. Permanent bewonen voor personeelshuisvesting mag ook, mits het college dat toestaat. In beide gevallen moet men een vergunning aanvragen.

Als woningzoekenden na loting een bouwkavel accepteren, moet de bouwaanvraag binnen een half jaar binnen zijn. Voor een koopwoning geldt dat deze binnen een half jaar na toewijzing in gebruik is. Ook houdt de gemeente stevig vast aan het anti-speculatiebeding. Kort gezegd houdt dit geding in dat je de eerste tien jaar na de koop je woning niet mag doorverkopen, wat erop neerkomt dat je in ieder geval tien jaar in het huis moet wonen. Doe je dit niet, dan volgt een boete uiteenlopend van 25 tot 50 procent op de aankoopprijs.

Voor geïnteresseerden in de kant-en-klare koopwoningen, geldt dus dat zij hun huis laten bouwen door de aannemer die gekozen is door de gemeente. Uiteraard gaan zaken zoals een keuken of de oprit naar de weg in overleg. Het kan wel zo zijn dat de koopwoningen in Hollum en Ballum er straks overigens anders komen uit te zien dan die in Buren en Nes. De gemeente wil eerst de nieuwe bewoners vragen naar hun ervaringen. Als er aanpassingen nodig zijn, komen er in beide dorpen wellicht andere typen koopwoningen dan nu voorzien.

Perspectief

Met het aanbieden van verschillende vormen van woningen en de grond in vorm en prijs te variëren, hoopt de gemeente voor ieders wat wils te creëren. Zo gaat de gemeente ook een aantal twee-onder-een-kapwoningen en meer-onder-een-kap-woningen bouwen. Dat is prijstechnisch voordeliger dan een losstaand huis. Volgens de gemeente is die instapprijs er op de huidige vrije woningmarkt bijna niet te vinden. De prijs voor deze woningen en kavels bevindt zich in het middensegment en zijn dus zeer geschikt voor starters op Ameland.

Mocht je ook na dit grootschalige project buiten de boot vallen, dan is er nog geen man over boord. De gemeente belooft dat er ook hierna perspectief blijft, over vijf tot vijftien jaar. Er is aan de Polderweg in Nes een groot stuk grond aangekocht en met het toewijzen voor een nieuwe locatie van verzorgingstehuis De Stelp, komt in Hollum op termijn ook de grond vrij waar de huidige Stelp zich nu bevindt. Op die plek is de gemeente voornemens om kleinere (zorg)appartementen en/of studio’s te realiseren, maar ook koopwoningen en bouwkavels.

Daarnaast gaat de gemeente een aantal huidige huurwoningen te koop aanbieden. Dit onder de noemer van zogenaamde ‘kluswoningen’. Dit zijn huizen waar op korte termijn een groot onderhoud aan moet plaatsvinden. De gemeente kiest ervoor om deze ‘opknappers’ te verkopen voor een lage prijs, een prijs waarvoor op Ameland geen huis te koop is. De afgelopen weken stonden zodoende de Reddingbootweg 12 in Hollum (€ 175.000 k.k.) en de Klaas Goumaweg 12 in Nes (€ 170.000 k.k.) al op de Gemeente Info te koop aangeboden.

Bouwen aan de toekomst

De Gemeente Ameland zet de laatste jaren duidelijk in op duurzaamheid en wil op dat vlak geïnteresseerden ook graag adviseren over de mogelijkheden bij de koopwoningen en bouwkavels. Denk hierbij bijvoorbeeld aan warmtepompen, zonnecollectoren en zonnepanelen. Wat betreft de bouwmogelijkheden is er veel vrijheid, rekening houdend met een aantal voorschriften. Daarnaast zijn er op het eiland nog een aantal slapende locaties met woonbestemming in bezit van particulieren. Dit kan de doorstroom ook bevorderen.

Al met al kun je stellen dat de gemeente haar best doet om het woningaanbod te vergroten. Dat is gelukt. Hoewel starters en huurders zonder eigen woning met het huidige plan in het voordeel zijn ten opzichte van huisbezitters, is die laatste groep niet per definitie kansloos. Wanneer zij ook mee mogen loten, betekent het meer dan waarschijnlijk dat hun huidige huis in de verkoop moet. Zo creëert de Gemeente Ameland met haar woonruimte dus mogelijk ook voor roulatie op de huidige huizenmarkt. Het voornaamste: de bal rolt.

Miedenweg


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all