• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

De Buurvrouw 2013-8

Jaargang: 2013
Uitgave: Oktober - November - December
Naam auteur: Jan J. de Vries

Zo langzamerhand krijgen mensen in ons land het gevoel dat ze alles in het vervolg maar zelf moeten doen. Het nieuwe woord in Den Haag is ‘burgerkracht’. Nu ze blijkbaar niet meer weten hoe het moet, laten ze het ons zelf maar uitzoeken. Het toverwoord ‘burgerkracht’ helpt echter niet onze economie uit het slop. De ene onzalige bezuiniging na de andere wordt aangekondigd waarbij we het gevoel moeten krijgen dat het goed voor ons land is. ‘M’n neus’, zegt buurvrouw, ‘nu weer de kinderbijslag. Hebben die mensen wel enig idee hoeveel een studerende puber kost. En dan wordt er nog niet eens rekening gehouden dat zo’n puber ook nog op een eiland woont en aan de wal studeert.’ Ja, voor veel mensen is de kinderbijslag er leuk bij maar er zijn nog veel mensen die ieder kwartaal reikhalzend uitzien naar de kinderbijslag zodat ze weer wat van hun achterstand kunnen inlopen. Het steeds verder bezuinigen helpt ons land er echt niet bovenop. Maar hoe krijg je dat helder wanneer vriend Rutte zichzelf heeft vastgezet met zijn aanvankelijk veel te grote mond in Brussel.

‘Ze geloven blijkbaar nog in sprookjes’, zegt Watze. ‘Was het maar waar’, zegt buurvrouw, ‘sprookjes lopen meestal goed af. Er wordt nog lang en gelukkig geleefd.’

‘Je kunt nu weer het sprookje over ‘Roodkapje’ vertellen’, merk ik op, ‘er is in ieder geval weer een wolf in ons land geweest.’ ‘Zou het echt waar zijn?’, vraagt Watze. ‘Ik geloof er niets van. Zo’n beest komt toch niet in zijn eentje ons land binnen.’ ‘Je wilt niet weten wat ons land binnenkomt’, bitst buurvrouw, ‘het zijn niet alleen wolven hoor!’

Ja, dat met die gestorven wolf blijft een vreemd verhaal. Maar de meeste sprookjes zijn ook merkwaardige verhalen. Het zijn meestal oude volksverhalen vol magie en fantasie die later door voornamelijk de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm en Hans Andersen werden verwerkt tot de sprookjes zoals wij die kennen.

Het zijn dikwijls verschrikkelijke verhalen. Want neem nu Roodkapje. Een lief klein meisje gaat op weg naar haar grootmoeder (oma zeggen we tegenwoordig) die in een groot bos woont. Haar moeder waarschuwt haar al vooraf voor de wolven die ze tegen kan komen. Welke moeder met enig verstand stuurt nu in hemelsnaam haar kind een bos in waarin wolven zijn? Wanneer ze dan inderdaad een wolf tegenkomt blijkt deze ook nog te kunnen praten. Vervolgens eet hij de zieke grootmoeder op en gaat in haar bed liggen. Wanneer Roodkapje komt, doet de wolf net alsof hij grootmoeder is. Roodkapje heeft aanvankelijk niets in de gaten. Lijken grootmoeder en de wolf zo op elkaar? Alleen de wat grote ogen, oren en mond vallen haar op. Hoewel de wolf zijn maag al redelijk gevuld is met een, wellicht wat taaie, grootmoeder, kan Roodkapje er ook vrij gemakkelijk in. Daarna legt de wolf zich te slapen in grootmoeders bed. Dan komt een jager voorbij die zowel Roodkapje als grootmoeder bevrijdt uit de maag van de wolf. Vervolgens stapelt hij er stenen in. Wanneer de wolf wakker wordt liggen Roodkapje en grootmoeder hem toch wel wat erg zwaar op de maag. Hij gaat daarom wat drinken bij een waterpoel. Wanneer hij zich voorover buigt rollen de stenen naar voren en de wolf verdrinkt jammerlijk in de vijver. Het goede heeft het kwaad gelukkig weer overwonnen. Maar wat te denken van die verschrikkelijk stiefmoeder van Sneeuwwitje, de intens slechte kabouter Repelsteeltje, de nare fee van Doornroosje, de boze wolf die kans ziet zes geitjes achter elkaar op te eten en de vreselijk slechte heks van Hans en Grietje. Allemaal door de gebroeders Grimm opgeschreven.

Maar onze vriend Andersen laat het meisje met de zwavelstokjes rustig dood gaan, liet de prinses op een erwt zitten en de keizer zonder kleren rondlopen. Hij schreef uiteindelijk meer dan 160 sprookjes en vertellingen. Ze zijn wat minder bloederig dan de 201 sprookjes en kinderlegenden van de gebroeders Grimm. Maar al die verhalen zitten vol slechteriken en toch lopen de meesten goed af.

Ik vraag me wel eens af hoe je in hemelsnaam zulke verhalen aan die kleine kinderen kunt vertellen. Maar ze vinden ze nog altijd prachtig en griezelen… zelfs dat vinden ze leuk. Gelukkig kun je nu je kinderen binnenkort, wanneer de wolven weer in ons land zijn, weer waarschuwen voor de wolf in het bos wanneer ze naar hun zieke oma gaan. Ik kijk naar onze kleindochter die haar neus poetst met een zakdoekje. ‘Wat doe je?’, vraag ik. ‘Snotten’, zegt ze. En dat laatste wilde ik u niet onthouden.

Jan J. de Vries


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all