• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

De Buurvrouw 2009-2

Jaargang: 2009
Uitgave: April - Mei
Naam auteur: Jan J. de Vries

Twee herten hebben het overleefd. Op Terschelling dwalen nog altijd twee drachtige herten rond. De anderen zijn afgeschoten. Het kostte nog veel moeite om ze te vinden. Je zou zeggen Terschelling is toch niet zo groot maar ja, in ieder geval groter dan Ameland dat is zeker!

Een uit de hand gelopen grap van enkele Terschellingers. Waarschijnlijk aan de stamtafel ergens ontstaan en het heeft misschien uiteindelijk wel meer nieuwswaarde opgeleverd dan onze sponsoring aan FC Groningen. Maar ja, dat is moeilijk meetbaar. En natuurlijk was het geen positief nieuws. En toch…! Want u en ik weten nog heel goed de bijna wereldwijde verontwaardiging over de in de hal van het FEC neergeschoten mus. U weet wel, de mus die dreigde de dominostenen om te stoten. Die landelijke verontwaardiging is feitelijk uitgebleven met het neerschieten van een flink aantal drachtige herten. Vreemd eigenlijk, want je zou verwachten dat geen mens meer naar Terschelling gaat. Maar hopelijk valt het mee voor onze buren.

In ieder geval heeft Terschelling zo twee keer ‘Oeral’, want de herten waren echt ‘oeral’ en bijna onvindbaar. Straks na de zomer lopen er nog twee met waarschijnlijk twee jonge hertjes. Ze mogen pas na de zomer worden afgeschoten. Ze hebben nog even dus! Een ‘Oeralsoap’ is het, zoals we op de televisie ook een ‘Palingsoap’ kunnen zien.

Waren de reacties van beide kanten overtrokken? Misschien wel. Ik heb geen verstand van ziektes e.d. welke de geïmporteerde dieren zouden kunnen veroorzaken. Ze waren volgens de gemeente in ieder geval heel gevaarlijk voor het verkeer. Ja, die A77 is ook erg druk op Terschelling!

Op ons eigen eiland lopen overigens ook geïmporteerde dieren. We hebben grote grazers en schapen in afgerasterde gebieden lopen. Er is tot op heden niet op geschoten voorzover ik weet.

‘Ik vind het maar niks die grote beesten’, zegt buurvrouw, ‘ze horen van nature niet op ons eiland. Wanneer je wat te dichtbij komt kijken ze je aan of ze je op zullen vreten. En dan die stront hè. Ze ouwehoeren wel over een paardenhoop op straat maar je kunt in de duinen niet fatsoenlijk lopen, zoveel stront kom je tegen. Ach, die kleine schaapjes vind ik nog wel lief maar die grote beesten, die moet ik niet’.

‘Ja’, zegt Watze, ‘op de site van Staatsbosbeheer staat wel dat alle natuurgebieden vrij toegankelijk zijn maar je vindt niks over die beesten. Ik had, geloof ik, ook nog liever herten gehad dan die koeien. Ik loop er maar met een bocht om heen, je kunt nooit weten! Bovendien moet je bezoekers vooraf er wel op wijzen dat ze deze dieren tegen kunnen komen. Er staat niets over die beesten op de website van Staatsbosbeheer!’

‘Nou’, zeg ik, ‘het wordt anders wel overal aangegeven op bordjes. En bovendien krijgen we overal nieuwe bordjes van Staatsbosbeheer. Men heeft het ‘groene’ karakter van Staatsbosbeheer laten vallen. De groene bordjes worden vervangen door nieuwe bordjes van een wat onbestemde kleur. Roestbruin of rood, misschien een beetje oranje met bruin. Ze vallen in ieder geval beter op. En op alle bordjes staat keurig aangegeven wat je wel en niet mag!’ ‘Die koeien kunnen niet lezen hoor’, schampert buurvrouw, ‘ze schijten gewoon midden op het pad!’.

‘Heeft misschien toch met die herten van Terschelling te maken’, mijmert Watze, ‘die beesten hebben bijna dezelfde kleur. Heeft die actie toch nog wat leuks opgeleverd!’

‘Hoe is het met jullie recessie’, vraag ik, ‘is het allemaal al merkbaar’. ‘Breek me de bek niet open’, zegt Watze, ‘ik heb al een borreltje moeten inleveren’.

‘Ja’, zegt buurvrouw, ‘we moeten allemaal ons steentje bijdragen en het leek me voor Watze een leuk begin om zijn rantsoen te halveren. Scheelt mooi in de beurs of niet soms?’

U begrijpt dat Watze het daar niet mee eens is. Maar we praten nog een tijdje door over de recessie en de enorme winsten van de afgelopen jaren. Waar is dat geld gebleven? Hebben grote bedrijven geen reserves daarmee opgebouwd? Is het allemaal uitgekeerd aan aandeelhouders en als bonussen aan de grote heren? Steeds meer lees je dat we moeten sparen om tegenvallers op te kunnen vangen maar waarom hebben ze dat dan bij al die bedrijven niet gedaan?

‘Ik weet wel dat wij het gelag moeten betalen’, zegt Watze, ‘niks geen verhoging of prijscompensatie meer. En straks moeten ze werken tot ze 67 zijn.’

‘Of tot ze erbij neervallen’, zegt buurvrouw, ‘want lang niet iedereen wordt 67. Gewoon iedereen 40 jaar of 42 jaar. Maar in ieder geval allemaal even lang werken voor je AOW, dat is tenminste eerlijk. Voor elk jaar dat je werkt, bouw je AOW op. Wil je korter werken, prima, maar dan ook een lagere uitkering later!’

‘Helemaal mee eens, ze had minister moeten worden, die vrouw van mij’, zegt Watze, ‘kom buurman daar nemen we één op.’

‘Eén’, vraag ik lachend. ‘Ja, recessie hè’, zegt Watze, ‘we moeten allemaal ons steentje bijdragen, dus jij ook!’

Jan J. de Vries


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all