• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

De Buurvrouw 2009-10

Jaargang: 2009
Uitgave: December - Januari - Februari
Naam auteur: Jan J. de Vries

Vandaag is het donderdag en dus oppasdag. ’s Middags komen de jongens eten. Ze houden van stevige kost en daarom eten we hutspot met een gehaktbal. Aan tafel is het een drukte van belang. Stijn, de jongste, is altijd benieuwd wie er gekookt heeft. Wel, dat is oma. ‘Lekker gekookt oma, het is velukkeluk’, is de reactie. Ik merk op dat opa de gehaktballen heeft gemaakt. Hij kijkt me bijna verwijtend aan. Wat een domme opmerking van opa. Gehaktballen, die tellen niet mee, dat kan toch iedereen, drukt zijn gezichtje uit. Joost vindt dit blijkbaar sneu en zegt dat ze best lekker zijn. Het is min of meer een goedmakertje dat in feite niet meer meetelt.

’s Middags haal ik hem uit school. Na een praatje met wachtende mamma’s en oma’s komen ze naar buiten. Juf voorop, hand in hand volgen de kinderen. Zijn fietsje staat al klaar en wanneer hij me ziet trekt een lach over zijn gezicht. Gelukkig, er staat een bekend iemand bij het hek hem op te wachten.

Dan is het net alsof hij met zijn linkerhandje iets achter het zadel van zijn fietsje vandaan haalt. Het handje hol gebogen tot een kommetje houdt hij vervolgens omhoog. ‘Wat heb je daar?’ vraag ik. ‘Dat zijn mijn paarden’, luidt het totaal onverwachte antwoord. ‘Ze zijn dan wel erg klein hè’, merk ik op. Een bevestigend knikje is het antwoord. Maar van zijn gezicht is af te lezen dat hij het een domme vraag vindt. Natuurlijk zijn ze klein want hoe zouden ze anders in zijn hand passen!

Wanneer we weg zullen rijden maakt hij een vreemde draai op de weg. Het is ook moeilijk sturen met één hand en een hand vol met paarden. Ik vertel hem dat hij toch misschien beter de paarden weer achter op de fiets kan zetten zodat hij met twee handen kan sturen.

Verwijtend kijkt hij me aan. Hoe haal ik dat nu in mijn hoofd. Zulke mooie paarden kun je toch niet loslaten of achter op je fiets zetten. Heel zijn gezicht straalt ongeloof uit! Wat een domme opa is dat toch.

En zo fietsen we dan samen door het dorp naar huis. Hij met één hand aan het stuur en zijn andere arm licht gebogen op het stuur liggend zodat de paarden niet uit het vooruit gestoken handje kunnen vallen. Het gaat niet gemakkelijk maar we komen thuis. Bij de schuur gekomen stapt hij voorzichtig af. Even lijkt hij in de war, maar dan stapt hij op me af en vraagt of ik zijn paarden even wil vasthouden. Uiteraard ben ik daartoe bereid. Zo kan hij zijn fietsje in de schuur zetten. Dan komt het hol gebogen handje de paarden weer ophalen. Voorzichtig zet ik ze weer in zijn hand. ‘Pas op’, zeg ik, ‘daar valt er bijna één op de grond!’ Net op tijd weet ik het paard dat op de grond dreigt te vallen op te vangen en veilig in zijn hand te plaatsen.

Dat spelletje lijkt hem ook wel leuk en wanneer we op weg naar oma gaan dreigt er herhaaldelijk een paard te vallen. Maar handig weet hij ze allemaal heelhuids naar binnen te brengen. ‘Kijk oma’, zegt hij met een stralende lach, ‘mijn paarden’.

‘Zo’, zegt oma, ‘dat is mooi maar, we gaan koekjes en pepernoten bakken’. Koekjes bakken is ook geweldig maar waar laat je dan je handvol paarden.’Zet ze maar op stal’, zegt oma. En zo wordt er naast de keukenkast een stal bedacht waar de paarden tijdens het koekjesbakken kunnen verblijven.

’s Avonds, thuis aan tafel, zegt hij opeens: ‘Mamma, ik ben mijn paarden vergeten. Ze zijn nog bij opa en oma’. Mamma snapt er op dat moment niet zoveel van. Maar zelfs de volgende ochtend begint hij opnieuw over de vergeten paarden. ‘Zet ze straks maar in het weiland’, zegt zijn mamma. Dat blijkt de oplossing te zijn want gerustgesteld vertrekt hij naar school.

Ik vertel het hele verhaal aan buurvrouw en Watze. En dan gaan onze gedachten terug naar onze eigen kindertijd. Wat kon je als kind niet veel beleven en wat kostte dat weinig. Net nu alle kinderen volgestopt zijn met soms veel en kostbaar speelgoed blijkt dat je ook nu nog gewoon met paarden kunt spelen zonder dat ze er zijn. Natuurlijk herinneren we ons dat uit onze kinderjaren. De echte wereld was nog ver weg en in je fantasie was alles mogelijk.

En dan die heerlijke, lange decembermaand met Sinterklaas, Kerstmis en Oudejaarsavond. Een doosje chocoladesigaretten of wat snoepjes met pepernoten in je sok. Wat een feest wanneer je ’s morgens uit bed kwam en je sok was verstopt. Lekker met elkaar een beetje griezelen van Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten. En natuurlijk kwam je ze overal tegen want in je fantasie kan dat altijd en overal op allerlei manieren. Wat dat betreft is er gelukkig niet veel veranderd, want fantasie hebben kinderen gelukkig nog altijd!


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all