• 0519-555100
  • 06-22485795
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Welkom op deamelander.nl

De Buurvrouw 2008-1

Jaargang: 2008
Uitgave: Maart - April
Naam auteur: Jan J. de Vries

Aardig afscheid krijgt onze commissaris Ed Nijpels. Het voltallige college van Gedeputeerde Staten maakt eerst een tripje naar Rome. Het tweedaagse tripje wordt gezien als een ‘werkbezoek’. Nu moet u weten dat onze vriend Ed ook voorzitter is van de beweging ‘Grijs werkt’. Hij leidt een groepje uitverkorenen dat het idee heeft opgevat dat het lollig is om langer door te werken.

Ik kan me best voorstellen dat er mensen zijn die na hun 65e willen doorwerken. Er zijn vast heel veel aardige en goed betaalde functies te bedenken waarin je waarschijnlijk wel tot 70 jaar of zelfs nog langer wilt doorwerken. Meestal worden deze functies overigens bekleed door mensen die na een jarenlange studie met werken zijn begonnen op een leeftijd die al aardig naar de 30 loopt. Dat is wat anders voor een stratenmaker, een bouwvakker, iemand in de horeca of een politieagent die wanneer hij of zij 60 jaar is er al 40 jaar op heeft zitten. Ik zou onze Ed wel eens willen horen wanneer hij op zijn 16e of 17e was begonnen straatstenen te leggen.

Ja, onze Ed heeft op zijn 57e ontslag genomen omdat zijn echtgenote een topbaan heeft gekregen in Maleisië. Ed is echt nog niet grijs geworden van het werk! Wanneer zo’n tripje naar Rome al beschouwd wordt als werk dan zit het met de rest ook wel goed.

Het is natuurlijk prima dat mensen, die dat graag willen, wat langer doorwerken maar het zijn nou net de leukste en best betaalde baantjes die ze op die manier bezet houden.

Afijn, we wensen Ed een fijn afscheid toe daar in Rome. De provincie heeft ooit eens 10.000,- euro bijgedragen aan de restauratie van de Friezenkerk in Rome vandaar dit tripje. Het is hem van harte gegund maar ik vermoed dat er nog wel enkele afscheidsfeestjes zullen volgen.

Het siert hem wel dat hij niet probeert zijn functie als Commissaris der Koningin te combineren met heen en weer reizen naar Kuala Lumpur. Wat hij gaat doen met zijn vele goed betaalde bijbaantjes is nog niet helemaal duidelijk.

‘Ik ben benieuwd hoeveel grijze haren hij heeft gekregen in Fryslân’, verzucht buurman, ‘ik krijg tegenwoordig al grijze haren van het boodschappen doen’. In Hollum is namelijk de C1000 veranderd in Coop. Jarenlang hebben we nog gezegd: ‘Ik ga even naar de Spar’. Net waren we gewend aan: ‘We gaan even naar de C1000’ of we krijgen weer te maken met een nieuwe naam.

‘Mooie winkel’, zegt buurvrouw, ‘maar zoeken hè. Alles heeft een andere plek gekregen.

Ik geef Watze altijd een briefje mee voor de boodschappen. Ik doe dat zoveel mogelijk in de volgorde van de artikelen in de winkel, dat weet je na een aantal jaren wel zo’n beetje. Nu is het helemaal mis gegaan met Watze’. ‘Oh, ja’, vraag ik onschuldig, ‘hoe dat zo?’

‘Wel’, zegt buurvrouw, ‘Watze vertel het zelf maar, jij kent de finesses’. En dan krijg ik te horen dat Watze bijna twee uur bezig is geweest om alle boodschappen te verzamelen. Hij had het boodschappenkarretje achter in de winkel geparkeerd. Het lijstje afwerkend is hij van links naar rechts, van voor naar achter en omgekeerd gelopen om alles bij elkaar te krijgen.

‘Het bevreemdde me al wat,’zegt Watze, ‘er zat niet zoveel in het karretje als anders maar ach, je denkt een nieuwe winkel, alles zal wel anders zijn!’

Bij de kassa viel het Watze erg mee wat hij moest betalen en thuis gekomen vertelde hij glunderend dat de nieuwe winkel toch wel stukken goedkoper was geworden.

‘Geen wonder’, vertelt buurvrouw verder, ‘ik pak thuis de boodschappen uit en het was nog niet eens de helft van wat we nodig hadden! We kregen nog bijna ruzie. Ik zei dat Watze een oen was omdat hij de grootste helft niet had meegenomen. Maar Watze hield vol dat hij echt alles in het karretje had gedaan’.

Jullie raden nooit wat er is gebeurd. Terwijl Watze her en der door de winkel scharrelde hadden de dames die de vakken vullen zijn halfvolle karretje bijna weer geleegd. Ze dachten dat iemand het had laten staan.

‘Maar Watze’, zeg ik, ‘je komt toch steeds bij het karretje terug, dat zien ze toch wel, hoe kan dat nou?’ Voor Watze kan reageren, neemt buurvrouw het woord: ‘Niet wanneer je gesprekken van een half uur hebt. Praten hè, steeds maar praten, dan krijg je dat’.

Watze blijkt bij zijn heen en weer geloop steeds dorpsgenoten te zijn tegengekomen. ‘Nou, ja’, verweert Watze zich, ‘iedereen loopt heen en weer en dan loop je elkaar ook niet steeds voorbij. Dat doe je niet. Ik dacht nog wel: er zit niet zo heel veel in dat karretje maar ja, wie houdt er nu rekening mee dat de grootste helft er al weer uit is!’

‘In de slijterij ben je blijkbaar niemand tegengekomen’, moppert buurvrouw, ‘het enige dat goed is gegaan!’ ‘Ja, daar was het lekker rustig’, aldus Watze, ‘maar zullen we niet eerst wat nemen, al dat gepraat over drank maakt dorstig, vind je ook niet buurman?’

Jan J. de Vries


© 2021 De Amelander. Alle Rechten Voorbehouden. Design by Webtool4all